Pilot
Stacks Image 139
Stacks Image 153
Stacks Image 157
Wat baten kaars en bril…

… als de psi-uil niet met het blote oog van de drietand te onderscheiden valt. Beide nachtvlinders lijken zo goed op elkaar dat alleen genitaliënonderzoek toelaat om ze uiteen te houden. Ze danken hun naam aan een motief op de
vleugels dat wel iets weg heeft van de 23ste letter van het Griekse alfabet: de psi of ψ. Deze letter is ook het symbool van de planeet Neptunus, genoemd naar de Romeinse god van de zee die met zijn neptunusvork of drietand stormen ontketent dan wel bezweert. Er zijn overigens wel meer, vaak moeilijk van elkaar te onderscheiden uilen die hun soortnaam aan de vorm van een Griekse letter danken, zoals de jota-uil, de gamma-uil, de ni-uil, de chi-uil, de sigma-uil en de mi-vlinder. Als iets eruitziet als een psi-uil, vliegt als een psi-uil en leeft als een psi-uil, dan kan het net zo goed een drietand zijn. Toch gaat het wel degelijk om twee verschillende soorten. Dat bewijzen de rupsen die, in tegenstelling tot de imago's, helemaal niet op elkaar lijken. Het exemplaar hiernaast is zonder enige twijfel de rups van een psi-uil. Ik maak de foto op 10 oktober 2010, op het terras bij de vijver. Vermoedelijk op zoek naar een geschikte plaats om te verpoppen, klimt de rups op de tafel en
Stacks Image 190

Onmiskenbaar de rups van een psi-uil.

vergast me vervolgens op een tiental minuten toestelturnen. Een open pakje Rizla Blauw Dubbel, al meer dan vijfendertig jaar mijn favoriete sigarettenvloeitjes, doet dienst als evenwichtsbalk en rekstok. Zowel de psi-uil als de drietand zijn in Vlaanderen en Nederland algemene nachtvlinders. Dat geldt niet voor de grote drietand, een nauw verwante soort die iets groter wordt en uiterst zeldzaam is.
Politiek foute bloem

Soorten lijken vaak sneller van naam te veranderen dan sommige mannen van onderbroek. Zo laat de lisachtige Schizostylis coccinea zich vandaag alleen nog aanspreken als Hesperantha coccinea. Meteen het einde van het hele geslacht Schizostylis, want dat telde slechts één soort. Maar de plant luistert niet alleen naar een nieuwe botanische naam, ook zijn oude gewone naam raakt stilaan in onbruik. In Zuid-Afrika, het land van herkomst, heet de kafferlelie tegenwoordig rooirivierlelie of, in het Engels, river lily. Het woord kaffer of kaffir wordt immers
Stacks Image 221

De moerasgladiool 'Mrs. Hegarty' is een roze cultivar van wat ooit een kafferlelie was.

beschouwd als een etnofaulisme waarvan het gebruik in brede kringen niet langer wordt getolereerd. Vreemd genoeg is de term afkomstig uit het Arabisch en betekent hij 'ongelovige', 'heiden', 'atheïst' of zelfs gewoon 'niet-moslim'. Portugese ontdekkingsreizigers die het woord kafir van islamitische kooplui oppikten, dachten blijkbaar dat het alleen betrekking had op de Afrikaanse volkeren waarmee ze vanaf de 15de eeuw in contact kwamen. Nederlandse en Britse zeevaarders en kolonisten namen het toen nog neutrale woord over. Naar verluidt kreeg het pas op het einde van de 19de eeuw een negatieve bijklank om uiteindelijk een regelrecht scheldwoord te worden. Volgens sommige bronnen ligt het ook aan de basis van Nederlandse woorden als 'uitkafferen' en 'keffer', al lijkt het laatste me eerder te zijn afgeleid van een klanknabootsing en het eerste van het Hebreeuws voor plattelandsbewoner of kafri. Ook al zijn zowel het Arabisch als het Hebreeuws voor mij Chinees, het komt me voor dat de woorden kafir en kafri wel héél erg op elkaar lijken. Best grappig, want dat zou betekenen dat de Afrikaanse Boeren die hun zwarte medemens voor kaffer uitscholden in feite zélf kaffers waren. Als atheïst ben ik dat voor mijn Arabisch sprekende soortgenoten natuurlijk ook. Daarom vind ik het eigenlijk wel jammer dat de rode, roze en witte kafferlelies die ik destijds in de tuin heb geplant nu als moerasgladiolen door het leven moeten gaan. In grote delen van Europa zijn deze exoten intussen erg populaire vaste oeverplanten, al was het maar omdat ze in ons klimaat pas bloeien wanneer de meeste andere vijverplanten hun beste tijd
hebben gehad: van half september tot diep in de herfst. Vaak ligt er al sneeuw voordat de laatste moerasgladiool het loodje legt. Hier en daar lees je dat de soort niet echt winterhard is en dat je ze daarom best met een laag bladafval beschermt. Goed mogelijk, maar in de tuin aan de Heuvelstraat 37 zorgt de zomerlinde naast de vijver daar wel voor. De moerasgladiolen doen het in elk geval uitstekend. Ze kafferen me zelfs niet uit als ik ze stiekem toch kafferlelies noem. Overigens ben ik nog altijd dol op negerinnentetten en nonnenbillen of, voor mijn noorderburen, negerzoenen en – saaier moet het echt niet worden – ouderwetse, wit-roze spekjes.
Als sneeuw en vuur…

Ik ken ze niet. Heb er nog nooit één gezien. Maar als ik in 1997 naar de Heuvelstraat 37 in Geraardsbergen verhuis, vallen ze me meteen op. Het zijn vuurwantsen. Ze drommen samen op de stammen van linden en berken, op muren en vensterglas. Vaak met tientallen tegelijk en altijd in de zon. Het is soms even schrikken als je plots op zo'n wriemelend kluwen rood-zwarte insecten stuit. Maar ze zijn volstrekt onschadelijk en duiken zo goed als nooit binnenshuis op. Je laat ze dus best gewoon met rust. 's Winters, als er in de tuin nauwelijks andere insecten te
bespeuren zijn, blijven de vuurwantsen actief. Een straaltje zon op de houten wanden van het tuinhuis en het is meteen verzamelen geblazen. In flink wat afleveringen van Tuinsoap speelt de vuurwants dan ook een hoofdrol. Er is nu eenmaal geen enkel ander insect dat ik zo vaak en in elk seizoen kan fotograferen. Alvast leuk om te weten is dat de soort een antibacteriële stof produceert die in de toekomst wellicht als antibioticum zal kunnen worden ingezet, misschien zelfs tegen de beruchte ziekenhuisbacterie. Het gaat om pyrrhocorine, een peptide
Stacks Image 260

Vuurwantsen zijn het jaar rond actief. Sneeuw, ijs en strenge vorst kunnen ze niet deren.

dat bacteriën doodt en waarvan intussen duidelijk is dat het ook veel andere wantsen tegen infecties beschermt. De stof werd omstreeks de eeuwwisseling in Philadelphia ontdekt door het team van professor Laszlo Otvos Jr. Het team ontwikkelde en testte intussen al verschillende synthetische analogen. De eerste resultaten zijn bijzonder bemoedigend, maar in een land en tijdperk waarin wetenschappelijk onderzoek in hoge mate afhankelijk is van fondsenwerving, zijn ze dat uiteraard haast altijd. Dus niet te vroeg victorie kraaien.
Piepkleine watersalamander

In het eerste voorjaar na de aanleg van de tuinvijver ontdek ik tot mijn verbazing al twee soorten salamanders: de vinpootsalamander en de – overigens een centimeter grotere – kleine watersalamander. Niet slecht, zeker niet als je weet dat er in de Lage Landen slechts vijf soorten in het wild voorkomen. Wellicht vindt vroeg of laat ook de alpenwatersalamander zijn weg naar de Heuvelstraat 37. De kamsalamander – ook wel de grote watersalamander genoemd – is in Vlaanderen zeldzaam en in Nederland ernstig bedreigd. De kans dat deze tot zeventien centimeter lange amfibie ooit in de vijver opduikt, is bijzonder klein. De vijfde soort, de prachtige vuursalamander,
Stacks Image 291

In gevangenschap kan de kleine watersalamander meer dan twintig jaar oud worden.

is in onze contreien de enige landsalamander. In Nederland komt hij alleen in Zuid-Limburg voor. In Vlaanderen zijn de Vlaamse Ardennen veruit zijn belangrijkste leefgebied. Dat is waar ik woon, maar aangezien hij een echte bosbewoner is, is voor de vuursalamander in deze zeperd zelfs geen bijrol weggelegd. Het exemplaar op de foto is zo goed als zeker een jonge kleine watersalamander. Zo goed als, want naar verluidt komen ook in het wild wel eens hybriden van kleine watersalamander en vinpootsalamander voor. Ik
ontdek het beestje, dat hoogstwaarschijnlijk in de vijver is geboren, toevallig onder een steen die ik regelmatig wegneem om de evolutie van een tros slakkeneitjes te volgen. De foto dateert van eind september 2009. Het is die dag behoorlijk koud en het dier is wellicht al in winterrust. Salamanders houden geen echte winterslaap, maar worden actief zodra de temperatuur het toelaat. In 2011 zie ik al op 17 januari de eerste salamander in de vijver. Veertien dagen later is de vijver weer bevroren.
Kijk eens in mijn eksterogen

Likdoorns. Zelf heb ik er geen last van, maar mijn vrouw helaas wel. Ocharme! Een likdoorn kan blijkbaar erg pijnlijk zijn. Maar wat mij vooral intrigeert zijn de woorden die ervoor zijn bedacht. Nu lees ik hier en daar wel dat de lik in likdoorn een lichaam is, maar mij doet het toch eerder aan een lijk denken. In het Duits heet de kwaal
tenslotte ook ein Leichdorn. Maar wat ik helemaal raadselachtig vind, is de link met de ogen van kraaien (Krähenauge), patrijzen (Hühnerauge; œil-de-perdrix) en, natuurlijk, eksters (eksteroog; Elsternauge). Toegegeven: de rand van een heel klein deel van de likdoorns die in al hun glorie op het wereldwijde web te bewonderen zijn, heeft inderdaad wel iets van de oogrand van een vogel. Maar het oog zelf ontbreekt. De likdoorns in kwestie lijken veeleer op een krater. Ze zijn niet bol, maar hol. Geen bult, maar een kuiltje. Geen oog, maar een akelig lege oogholte. Niettemin zal het wel geen toeval zijn dat likdoorns zowel in het Nederlands als in het Duits al eeuwenlang met kraaien en eksters worden geassocieerd. Beide soorten hebben immers een priemende blik en een ronduit slechte reputatie. Bovendien zijn het, letterlijk, lijkenpikkers. Samen met de gaai zijn ze de enige kraaiachtigen die ik tot nu toe in de tuin te zien kreeg. De kraaien zijn gasten, maar de eksters zijn vaste bewoners die zich ook in de tuin voortplanten. Het exemplaar op de foto is een pas uitgevlogen jonkie, enkele seconden na een nogal stuntelige buiklanding in het bedauwde gras van de kippenren. Ik ga op mijn buik liggen en probeer door het schapengaas manueel scherp te stellen. Anders dan zijn ouders, die intussen een hels kabaal maken, is het kuiken helemaal niet schuw. Integendeel: het eksterjong komt dichterbij en kijkt me tegelijk nieuwsgierig en ietwat verongelijkt aan. Misschien wordt hij of zij wel aangetrokken door de lens van mijn telezoom. Het verhaal dat eksters net zo'n zwak voor
Stacks Image 330

Oog in oog met een piepjonge ekster.

blingbling als de doorsnee gangstarapper zouden hebben, is immers geen broodje aap. Ik neem één foto en maak me dan uit de voeten. Als ik me tien meter verder omdraai, zie ik dat het eksterjong al het gezelschap van zijn ouders heeft gekregen. Ze houden nog zes tot acht weken een eksteroogje in het zeil.
Van kattenkwaad tot erger…

Ik heb net Freedom, de bestseller van de Amerikaanse auteur Jonathan Franzen uit. Een aanrader, al is niet alles even geloofwaardig en valt het einde me toch wat tegen. Walter Berglund, één van de hoofdpersonages van de roman, heeft een hekel aan katten. Ze horen volgens hem niet thuis op het Amerikaanse continent. Alleen al in de Verenigde Staten zouden ze jaarlijks verantwoordelijk zijn voor de dood van minstens 365 miljoen volwassen zangvogeltjes en ontelbare kuikens. Ook volgens vogeldierenarts en papegaaiengedragstherapeut Jan Hooimeijer, tot eind 2013 eigenaar van de Kliniek voor Vogels in Meppel (Nederland), is elke loslopende kat er één te veel. Hij wil kattenluikjes verbieden en baasjes verplichten om hun huisdier binnen te houden. Een buitenren mag, maar als je verplicht gechipte kat ontsnapt, riskeer je een boete. Regelneverij? Ongetwijfeld, maar dat neemt niet weg dat veel argumenten van de heer Hooimeijer zonder meer steekhoudend zijn. Waarom gelden voor katten en katteneigenaars eigenlijk niet dezelfde regels als voor honden en hondeneigenaars? Oké, je leest zelden of nooit in de krant dat een kleuter door een loslopende kat is doodgebeten. Maar er belanden wel heel wat mensen met ernstig ontstoken beten en schrammen voor een antibioticakuur in het ziekenhuis. Katten zijn exotische, uit Afrika en het Nabije Oosten geïmporteerde roofdieren. Seriemoordenaars die voor de lol inheemse vogels, knaagdieren,
Stacks Image 361

Who trusted God was love indeed – And love Creation's final law
Tho' Nature, red in tooth and claw – With ravine, shriek'd against his creed
(Alfred Tennyson)

reptielen, amfibieën en zelfs insecten over de kling jagen. Bovendien kunnen ze hondsdolheid verspreiden en besmetten ze mensen en andere dieren met gevaarlijke parasieten als Toxoplasma gondii en Toxocara cati. Je zou voor minder Cats in Kennels! (Canada) of Cats Indoors! (USA) roepen. Wie tegen windmolens vecht, wekt echter al snel de indruk dat hij er een klap van heeft gekregen. Jan Hooimeijer stuit dan ook op precies hetzelfde onbegrip en dezelfde verontwaardiging als Walter Berglund in Freedom en alle verenigingen die voor een verbod op loslopende katten ijveren. De gemoederen raken verhit, de
emoties laaien hoog op en vóór je het weet ontaardt het debat in een ordinaire scheldpartij met van de pot gerukte betogen en wederzijdse dreigementen. Ook al zijn talloze katten in de praktijk erbarmelijke jagers die nauwelijks in staat zijn om een slak te vangen, niemand zal ontkennen dat ze allemaal samen een ware slachting aanrichten. Maar de resultaten van studies naar de impact van die slachting op de biodiversiteit en de populaties van inheemse soorten spreken elkaar tegen. Ik kan alleen maar vaststellen dat de vogelpopulaties in onze tuin jaar na jaar groter worden, ondanks de dagelijkse strooptochten van een vijftal moordzuchtige buurtkatten. Maar dat bewijst natuurlijk niets. De tuin wordt gewoon elk jaar weer wat diervriendelijker en biedt vogels steeds meer veilige nestplaatsen en voedsel. Moke en Lieske, onze eigen asielkatten, komen nauwelijks buiten. Ze mogen wel, maar ze willen niet. Op twee jaar tijd hebben ze samen drie spitsmuizen en één pas uitgevlogen mereljong gedood. Alle andere vogels die ze te pakken kregen, waren mussen en vinken die zich tegen één van de ramen te pletter vlogen. De huisspitsmuis op de foto is een slachtoffer van Lieske. Hoe dan ook: tussen vogel- en poezenliefhebbers zal het wel nooit echt willen boteren. Maar de dag waarop het verboden is om je kat los te laten, is de dag waarop ik beslis om er geen meer te houden. Een papegaai zet je toch ook niet achter slot en grendel?
Ei zo na!

In de tweede aflevering van Tuinsoap maak je kennis met mevrouw Vijfpoot, een gehandicapte wespenspin die zich niettemin vrolijk een weg door het leven weeft. Nu heb ik daar wel wat ervaring mee. Mijn vrouw en onze kinderen zijn slechtziend. Mijn schoondochter is slechthorend en de kleinkinderen zijn slechtgemanierd. (Grapje, Stijn en Naomi!) Zelf stem en draag ik links, maar hoor ik alleen nog rechts. Door een speling van het lot zijn wij allemaal Vlamingen. De uitdrukking ei zo na klinkt ons dan ook niet vreemd in de al dan niet nog functionele oren. Voor Nederlandse adepten van deze zeperd is dat wel even anders. Ook al vinden veel Vlamingen ei zo na juist
erg Hollands, het is een uitdrukking die alleen in Vlaanderen wordt gebezigd en gewoon "op een haar na" of "net niet" betekent. Wat een ei daarmee te maken heeft? Niets. Of toch niet meer dan de ei van "Ei, zwijg toch stil, sus, sus!" uit het eeuwenoude kerstlied dat zelfs deze notoire kafir – toen hij wel nog goed en in stereo hoorde – zelden onberoerd liet. Ook al mist mevrouw Vijfpoot 37,5 procent van haar ledematen, toch slaagt ze erin om een web te weven en prooien te vangen. Indrukwekkend! Ei zo na zorgt ze zelfs voor nageslacht. Ze spint een perfecte eicocon die ze
Stacks Image 400

De eitjes van de wespenspin zijn dubbel geïsoleerd. De cocon op de foto zit immers op zijn beurt in de veel grotere cocon die de soort typeert.

vervolgens enkele dagen bewaakt. Daarna is ze spoorloos. Twee weken later, op 20 september 2010, zie ik hoe een merel de cocon van tussen de beplanting haalt en er verwoed in begint te pikken. Als ik nader vliegt de snoodaard weg. Ik raap de zwaar beschadigde cocon op en stel vast dat die helemaal leeg is. Geen ei te bespeuren. Opgegeten, denk ik, tot ik een tiental centimeter verder een soort minicocon zie liggen die duidelijk uit de grote cocon is gevallen. Ik neem hem mee naar binnen, maak hem voorzichtig open en tref een pakketje oranjegele eitjes aan. De opvallend grote cocon van de wespenspin is dus blijkbaar eerder een soort broedkamer die de echte eicocon beschermt en een nest waarin het spinnenbroed goed beschut de winter doorbrengt. Tenzij een merel daar anders over beslist…
Reageer op deze aflevering


Is dit je eerste bezoek aan de Heuvelstraat 37? Neem dan even de tijd om de site te verkennen en teken eventueel ook het Gastenboek. Tot de volgende keer!
(Reacties op de Nederlandse en Engelse versie zijn samengevoegd. Franse of Duitse reacties zijn welkom. Antwoorden doe ik soms in het Engels.)


Geraardsbergen, 5 februari 2011.
Laatst aangepast op 5 februari 2011.