5.
Stacks Image 1721
Stacks Image 1735
Stacks Image 1739
Aux armes, citoyens!

21 juli 1831. Op het Koningsplein in Brussel legt de 40-jarige Leopold van Saksen-Coburg-Gotha de eed af en wordt de eerste Koning der Belgen. 21 juli 2007. Het Koninkrijk België herdenkt die eerste eedaflegging en viert zijn nationale feestdag. In mineur, want de kleine parlementaire democratie lijkt hopeloos verdeeld door communautair gebakkelei over iets van niets dat Brussel-Halle-Vilvoorde heet. BHV voor de vrienden. In wezen komt het erop neer dat Vlaamse en Waalse politici hun anderstalige collega's stuk voor steilorig stuk stijfhoofdige steenezels vinden die apert legitieme eisen verwerpen om op slinkse wijze hun eigen flagrant frivole condities af te dwingen. Een journalist van de Franstalige zender RTBF duwt formateur Yves Leterme, de Vlaamse christendemocraat die een maand eerder de verkiezingen won, een microfoon onder de neus. Hij vraagt de gedoodverfde toekomstige premier waarom de nationale feestdag uitgerekend op 21 juli valt. "Ik denk dat het de afkondiging van de grondwet is", zegt Leterme. Zijn Frans is vlekkeloos, maar zijn antwoord is fout: de proclamatie van de Belgische grondwet vindt plaats op 7 februari 1831, een half jaar vóór de troonsbestijging van Leopold I. De journalist wijst Leterme terecht en vraagt of hij de Brabançonne kent, het Belgische volkslied. "Een beetje", antwoordt de brave man en heft vervolgens met een piepstemmetje de Marseillaise aan. Lachen! Dat de kerel die eerste minister wil worden niet weet waarom de nationale feestdag op 21 juli wordt gevierd, is tot daaraan toe. Maar dat hij het Belgische volkslied met het Franse verwart, nee, dát is erover. Vooral in de Franstalige media lokt zijn blunder heel wat ophef
uit. Men zou welhaast geloven dat hij De Vlaamse leeuw heeft gezongen. Het filmpje wordt een internethit en zal Leterme, enkele dagen de risee van Europa, wellicht levenslang achtervolgen. Als ik de toentertijd buitensporig gekoeioneerde kandidaat primus inter pares voor het eerst grijnzend Allons enfants de la Patrie hoor kwelen, schiet ik in de lach. Het is per slot van rekening een hilarische lapsus, zeker in een politiek klimaat waarin de jaknikkers aan beide zijden van de taalgrens zich achter Madame Non dan wel Meneer Nee lijken te scharen. Diep in mijn hart vind ik het echter een
Stacks Image 1772

De Franse veldwesp is veel minder agressief dan de gewone wesp en allesbehalve een zoetekauw.

voorrecht om in een land te wonen waarvan zelfs de leiders de geschiedenis noch het volkslied machtig zijn. Hoezeer ik in november 2008 en 2012 ook voor Obama duim, mijn tenen krullen als hij schreeuwt dat Amerika the greatest nation on earth is of wanneer hij nog maar eens een toespraak met dat vervloekte God bless America besluit. Geen Belgische premier die nog zo'n bullshit uit zijn of haar strot krijgt. Geen Belgische vorst die het nog waagt om in het openbaar Gods zegen over het land af te smeken. België mag dan al niet het beste, laat staan het mooiste land ter wereld zijn; het blijft voorlopig wel één van de meest geciviliseerde. Maar wat heeft dit alles met de Franse veldwesp op de foto te maken? Weinig of niets, vrees ik. Misschien doet het zwart-gele patroon me aan de Leeuwenvlag denken, terwijl de Nederlandse naam van het beestje duidelijk naar de taal van Molière verwijst. Polistes dominula pronkt met de Vlaamse kleuren maar zoemt een Franse hymne. Een Belgisch compromis, als het ware. En Yves Leterme? Na een hobbelig parcours als vicepremier, minister van Buitenlandse Zaken en premier gaat hij in december 2011 in Parijs aan de slag als adjunct-secretaris-generaal van de OESO. In oktober 2012 wint hij in de West-Vlaamse stad Ieper de gemeenteraadsverkiezingen. Zodra zijn mandaat bij de OESO afloopt, wordt hij burgemeester*. Wie het laatst lacht, lacht het best.

* Opportunistisch als altijd, weigerde Leterme uiteindelijk de burgemeesterssjerp en werd hij secretaris-generaal van het Internationaal Instituut voor Democratie en Electorale Assistentie in Stockholm. In 2016 trok hij zich volledig uit de politiek terug, naar eigen zeggen om zich op zijn internationale carrière te concentreren.
Houtduif in nesten

Houtduiven hebben een slechte reputatie, althans bij boeren en tuinders. Dat komt doordat ze dol zijn op zaailingen en jonge scheuten van erwten, bonen, kolen en allerlei andere landbouwgewassen. En doordat ze tegenwoordig met miljoenen zijn. Jagers beweren dat het absoluut noodzakelijk is om de populatie onder controle te houden en dat alleen de jacht echt uitkomst biedt. Liefst het hele jaar door en zeker in het laatste weekend van het jachtseizoen. De meeste boeren zijn het daarmee eens. Vogelliefhebbers wijzen er dan weer op dat de overgrote meerderheid van de houtduiven in Vlaanderen trekvogels zijn, terwijl de schade haast uitsluitend wordt aangericht door standvogels die hier ook de lente en zomer doorbrengen. Een massale slachtpartij eind februari lost dan ook niets op. Beide partijen slaan elkaar om de oren met argumenten die vaak niet minder krakkemikkig zijn dan de beveiliging van de meeste computernetwerken. De waarheid is dat jagers er simpelweg plezier in scheppen om houtduiven neer te knallen, terwijl vogelliefhebbers principieel van mening zijn dat je ze nooit met iets anders dan een telelens mag schieten. Al de rest is quatsch, hoofdzakelijk bedoeld om het eigen geweten te
Stacks Image 1803

Het nest van de houtduif is ongeveer zo stormbestendig als de dijken van New Orleans ten tijde van de orkaan Katrina.

sussen of de eigen emotionele motieven te rationaliseren. Vergeleken met de kloof tussen jagers en vogelliefhebbers is die tussen Vlamingen en Walen hooguit een haarscheurtje. Er is wederzijds begrip noch onderhandelingsruimte, zodat elke bemiddelaar onvermijdelijk kop van Jut wordt. Ik hoed me er dan ook voor om me in dit dovemansdebat* te mengen. Anders dan de bevoegde minister word ik daar niet voor betaald. Ik wens hem of haar – in Vlaanderen is het momenteel een haar – veel moed, sterkte en een goede bodyguard. Houtduiven zijn voorbeeldige ouders maar miserabele ingenieurs. Het nest waarin ze hun kroost grootbrengen, is niet veel meer dan een grofmazige zeef van met gedroogde duivenpoep bijeengehouden dorre takjes. Als de eieren er al niet gewoon door vallen, waait de gammele constructie tijdens het eerste het beste onweer vaak met kuikens en al de boom uit. In de tuin tref ik nagenoeg elk jaar meerdere weggewaaide nesten en dode kuikens
aan. Op 23 augustus 2010, na een helaas alleen letterlijk stormachtige nacht, is het weer zover. Onder één van de twee hoge berken achterin de tuin vind ik een onheilspellend leeg houtduifnest. Eerder heb ik er al eierschalen gevonden, zodat ik weet dat er kuikens zijn. Misschien hebben ze de val overleefd en zijn ze nog te redden? IJdele hoop, natuurlijk**. Na enig speurwerk stuit ik op twee kadavertjes. Ik raap ze op, leg ze in het nest en maak er wat foto's van. Als alles meezit, brengt een koppeltje houtduiven jaarlijks drie tot heel af en toe zelfs vier broedsels van telkens twee kuikens groot. Meestal houden ze het echter op twee broedsels, waarvan vooral het eerste vaak verloren gaat. Dat komt niet alleen doordat veel kuikens uit het nest tuimelen of waaien, maar ook doordat kraaien of eksters ermee aan de haal gaan. De natuur kent geen mededogen. Als puntje bij paaltje komt, is het ieder voor zich.

* Vlaamse-uitdrukkingalarm! Nederlandse lezers zoeken in de Dikke Van Dale desnoods even het lemma "dovemansgesprek" op en worden vriendelijk verzocht dit woord in hun vocabulaire op te nemen en bij gelegenheid ook te gebruiken. Dan vertaal je voortaan net zo makkelijk als Vlamingen de Franse uitdrukking dialogue de sourds of het Engelse dialogue of the deaf. Graag gedaan!

** Heel af en toe heeft dit verhaal toch een happy end. Meer daarover in één van de volgende afleveringen.
Stand-incomedy

Ik had het kunnen weten! In elke zichzelf respecterende soap duikt vroeg of laat een dubbelganger op. Ook Tuinsoap ontsnapt niet aan die ijzeren wet van het genre. Als ik in het web van mevrouw Vijfpoot een wespenspin met acht poten aantref, geloof ik aanvankelijk in een miraculeuze genezing. Twee weken later maakt mevrouw Vijfpoot echter in volle andersvalidenglorie haar rentree. Ze wordt ontdekt door de kleinkinderen, amper dertig centimeter van de plaats die nu door haar achtpotige dubbelgangster is ingenomen. Begin jaren 1980 staat op de voorpagina van een Vlaamse krant, de intussen ter ziele gegane Het Volk, een foto van een protestmars tegen kernwapens in Kopenhagen, Oslo of Stockholm, in elk geval een Noord-Europese stad. Grootmoeder zaliger
herkent me meteen en laat de foto aan mijn ouders zien. Die zijn onthutst. Ik word immers verondersteld om in Brussel met mijn filosofische neus diep in boeken over formele logica en de godsbewijzen van Anselmus van Canterbury te zitten. Als ik dat weekend nietsvermoedend thuiskom, confronteert moeder me onmiddellijk met het bezwarende bewijsmateriaal. Achter een spandoek met een onleesbare slogan zie ik mezelf tussen de demonstranten lopen, hand in hand met een oogverblindende Scandinavische schone. "Die kan mij krijgen", denk ik onwillekeurig, waarna ik moeder erop wijs dat de Afghaanse hippiejas van de jongeman toch net iets anders van snit is dan de mijne. Ook de brilmontuur klopt niet helemaal. Blijkbaar heb ik in het noorden van Europa een dubbelganger die er op de één of andere manier wél in slaagt om mooie meisjes te versieren. De rotzak! Ook al is het maar een vage zwart-witkrantenfoto, de confrontatie is
Stacks Image 1842

Gimme five! De triomfantelijke comeback van mevrouw Vijfpoot.

niettemin bevreemdend. Stel je voor dat je plots oog in oog komt te staan met iemand die je tweelingbroer of -zus zou kunnen zijn. Griezelig!

Twee druppels water

Niet alleen in soaps, maar ook ik mythen, films en de wereldliteratuur is het motief van de
doppelgänger schering en inslag. Het stoot af, maar trekt ook aan. We zijn erdoor gefascineerd. In september 2009 lanceert het Amerikaanse reclamebureau Crispin Porter + Bogusky op Facebook de Coke Zero Facial Profiler. De applicatie laat gebruikers toe om, op basis van hun profielfoto, wereldwijd een dubbelganger te zoeken en er eventueel contact mee op te nemen. If Coke Zero has Coke’s taste, is it possible that someone out there has your face? Vergezocht, maar de campagne slaat aan. Drie maanden later hebben 288.000 mensen de applicatie geïnstalleerd. Nog een maand later zijn dat er al 600.000, maar dan wordt de spraakmakende toepassing om
Stacks Image 1858

Eicocon van een wespenspin.

legale redenen verwijderd. De vrees bestaat immers dat het programma identiteitsdiefstal in de hand werkt, een misdaad zo oud als de straat* die zelfs al in Genesis voorkomt. Aartsvader Jakob ontfutselt zijn blinde vader de eerstgeboortezegen door zich uit te geven voor Ezau, zijn net iets oudere tweelingbroer. God alias Jahweh – Allah doet dit keer niet mee – vindt het allemaal best. Hij heeft nu eenmaal een boontje** voor Jakob, het moraliteitsbesef van een psychopaat en het geweten van een pestbacil. Van Jakob en Ezau over Mark Twains The Prince and the Pauper tot Chaplins The Great Dictator, de al dan niet fictieve stand-ins van Saddam en Oedai Hoessein of de bijwijlen frappante treffers van Coke Zero Facial Profiler: dubbelgangers zijn al eeuwenlang in trek en blijven fascineren. Ze doen boeken, films, tijdschriften en zelfs frisdrank verkopen.

Send in the clones

De kans dat een ander zo goed op je lijkt dat zelfs je bloedeigen moeder niet meteen het verschil ziet, is erg klein. We zijn allemaal uniek – inclusief eeneiige tweelingen – en gaan daar vaak ook prat op, alsof het een persoonlijke verdienste is. Toch worden we allemaal wel eens met een ander verward of beweert iemand dat we als twee druppels water op een beroemdheid of een ons onbekende persoon lijken. De laatste keer dat het mij overkomt, is op de kerstmarkt van
Moerbeke, een jaar of vier geleden. Iemand houdt me voor een neus-, keel- en oorarts van het Algemeen
Stedelijk Ziekenhuis van Geraardsbergen. Als ik op de site van het ziekenhuis het portret van mijn dubbelganger vind, kan ik die persoonsverwisseling wel enigszins begrijpen. We zijn allesbehalve elkaars spiegelbeeld – zo ben ik, dat spreekt, véél knapper! – maar we lijken toch voldoende op elkaar om verwarring te scheppen. Zodra wetenschappers in staat zijn om mensen te klonen, zullen ze dat ook doen. Dat is nu eenmaal de aard van het beestje. Het roept heel wat vragen op, maar kan er ook heel wat beantwoorden. Denk maar aan de impact van omgevingsfactoren op de ontwikkeling van onze persoonlijkheid, onze mentale of fysieke vermogens en zelfs ons uiterlijk. Ik vermoed dat die veel kleiner is dan de meeste pedagogen en socialisten hopen, maar ook veel groter dan de meeste rechters en liberalen vrezen. Intussen vraag ik me zo nu en dan af wat er van mijn Deense, Noorse of Zweedse dubbelganger is geworden. Leeft hij nog? Lijkt hij nog op mij? Maar vooral: hoe speelde hij het destijds klaar om met mijn looks Miss Universe in te palmen?

* Vlaamse-uitdrukkingalarm! "Zo oud als de straat" betekent gewoon "zeer oud".

** Vlaamse-uitdrukkingalarm! "Een boontje voor iemand hebben" betekent dat je verzot bent op de persoon in kwestie en hem of haar een voorkeursbehandeling geeft, waarbij je niet zelden minder positieve eigenschappen of laakbare daden met de mantel der liefde bedekt.
Op de vleugelen der liefde

Zwaarlijvige vrouwen zijn aantrekkelijk en sexy. Ze beantwoorden aan het schoonheidsideaal van nagenoeg alle tijden en beschavingen. Zelfs in de huidige westerse cultuur, op het eerste gezicht een uitzondering die de regel bevestigt, liggen corpulente vrouwen opvallend goed in de markt. Dames met een maatje meer zijn niet volslank; dames met een maatje minder zijn leegdik. Het probleem met idealen van allerlei aard is dat ze haast altijd tot excessen leiden, soms met fatale afloop. Magerzucht is geen moderne, typisch westerse aandoening. Niettemin is het slankheidsideaal dat de media, artsen en overheden ons sinds de jaren 1960 door de strot rammen minstens gedeeltelijk verantwoordelijk voor het toenemend aantal tieners en jongeren met anorexia. Ik vermoed dat ook veel mensen met obesitas het slachtoffer zijn van een op hol geslagen schoonheidsideaal. Hun vetzucht is niet in eerste instantie het gevolg van hun opvoeding, een mentale afwijking of één of ander jeugdtrauma, maar van een door natuurlijke en/of seksuele selectie gefavoriseerde adaptatie. In een milieu waarin vet- en suikerrijk troostvoedsel altijd en overal binnen handbereik is, zorgt dat al snel voor problemen. Maar zoals pauwhennen voor de hanen met de langste en mooiste staart vallen, zo voelen sommige mensmannen zich onweerstaanbaar aangetrokken tot de vrouwen met de meeste kilo's, de diepste huidplooien en de zachtste vetkussens. Ze noemen zichzelf FA's of
Fat Admirers en de gretigheid waarmee de porno-industrie op hun fetisj inspeelt, bewijst dat ze met velen zijn. Vetaanbidders besteden fortuinen aan webcamsessies met veelal schaars geklede, extreem corpulente dames die niet veel meer doen dan zich volproppen en intussen hun vetkwabben en -rollen laten wiebelen. Super-Size Big Beautiful Women of SSBBW's zijn big business. Natuurlijk doen de meeste SSBBW's helemaal niet aan porno, maar ook dan trekken ze vaak vetaanbidders aan. Liefde- en respectvolle relaties tussen FA's en SSBBW's komen ongetwijfeld veelvuldig voor. Jammer genoeg is de romance lang niet altijd onschuldig. Sommige vetaanbidders – in het jargon heten ze feeders – mesten hun partners doelbewust zo vet dat ze uiteindelijk immobiel en totaal afhankelijk worden. Als een gestrande walvis ligt het voorwerp van verering de godganse dag in bed pizza's, hamburgers, chips en chocolade te vreten. Manlief wast haar, verzorgt haar doorligwonden, veegt haar reet af en doet tussendoor gouden zaken met de verkoop van foto's en video's van zijn schattebout. Ik neem aan dat sommige feedees niets liever willen, maar meestal is er sprake van emotioneel misbruik en psychische dwang.

Wulpse witvlakvlinders

NAAFA, de National Association to Advance Fat Acceptance, een Amerikaanse vereniging die sinds 1969 strijd voert tegen de discriminatie van dikke mensen, keurt feederism officieel af en verzet zich tegen elke vorm van door een (seks)partner
Stacks Image 1897

Rups van een witvlakvlinder. Wat er vooraan in gaat, komt er achteraan nagenoeg onverteerd weer uit.

afgedwongen gewichtsverlies of -toename. Als ik in een tv-reportage omtrent deze kwestie een poedelnaakte, ruim 350 kilo zware jongedame in haar eentje een kingsize bed zie vullen, dwalen mijn gedachten af naar de witvlakvlinder. Het vrouwtje van deze soort heeft geen vleugels en is zo dik dat ze amper kan bewegen. Haar achterlijf zit barstensvol relatief grote eitjes. Zodra ze als imago uit de pop sluipt, scheidt ze seksferomonen af. De mannetjes, die wel kunnen vliegen, pikken die onweerstaanbare lokstoffen met hun gevederde voelsprieten al op grote afstand op. Meestal verschijnen ze binnen het kwartier op het appel. Enkele seconden later is de paring achter de rug en gaan de vetaanbidders op zoek naar een nieuwe partner. Er is haast bij, want ze hebben geen roltong, kunnen niet eten en overleven hooguit enkele dagen. Vrijwel meteen na de paring zet het wijfje enkele honderden eitjes af, doorgaans op de cocon die ze net heeft verlaten. Haar taak zit erop en ze sterft. Begin juni 2010 maak ik voor het eerst kennis met de merkwaardige rups van deze al even merkwaardige nachtvlinder. Ik fotografeer ze op de meidoorn achterin de tuin. Eind augustus tref ik in de perken langs de oostmuur van de woning, dit keer op schoenlappersplant en sneeuwbal, tientallen rupsen van de witvlakvlinder aan. De vraatschade is aanzienlijk. Op de foto hierboven zie je hoe de rups een balletje poep over haar rug katapulteert. Vergelijk de kleur van dat balletje met die van het blad van de schoenlappersplant en je weet meteen waarom deze rupsen zo schrokkerig zijn: wat er vooraan in gaat, komt er achteraan nagenoeg onverteerd weer uit. De
Stacks Image 1913

Cocon met pop van een witvlakvlinder.

voortplantingsstrategie van de witvlakvlinder heeft voor- en nadelen. Doordat het vrouwtje zich niet verplaatst en heel snel alle eitjes in één keer afzet, is de kans dat ze voortijdig door een insecteneter wordt verorberd erg klein. Het belangrijkste nadeel is dat de rupsen niet gegarandeerd meteen voedsel vinden. Doordat de eitjes zo groot zijn, beschikken ze gelukkig over voldoende reserves om enkele dagen te vasten. Pas uitgekomen rupsjes hebben lange haren en spinnen lange draden, zodat ze zich desnoods makkelijk met de wind kunnen laten meevoeren. Aangezien ze uiterst polyfaag zijn, zit het er dik in dat ze op een geschikte waardplant landen. Wellicht is dat de manier waarop ze de perken bij de woning hebben gekoloniseerd. In de zomer van 2011 vreten ze de vierkante meter schoenlappersplant naast de voordeur praktisch kaal. Een jaar later tref ik er niet één witvlakvlinderrups aan en doet de schoenlappersplant het beter dan ooit.

Vetgemeste kindbruidjes

Wat feromonen voor de vrouwtjes van de witvlakvlinder doen, doet het internet vandaag voor de SSBBW's van deze wereld: het stelt ze in staat om partners te lokken zonder dat ze zich daarvoor hoeven te verplaatsen. Hun bed is hun cocon; hun vet is hun pauwenstaart. In het West-Afrikaanse Mauritanië worden kleine meisjes en tieners in afgelegen tentendorpen als foie-grasganzen onder dwang vetgemest om hun waarde op de huwelijksmarkt te verhogen.
Leblouh, heet die
Berbertraditie. Vrouwen slikken er geen vermageringspillen of eetlustremmers, maar hongeropwekkende medicijnen en voor de veeteelt of bodybuilders bestemde hormonencocktails. Maggie De Block*, onze huidige staatssecretaris voor Asiel en Migratie, Maatschappelijke Integratie en Armoedebestrijding, is welhaast een schoolvoorbeeld van een Big Beautiful Woman. Mits een doorgedreven zonnebankkuur zou ze een Mauritaanse schoonheidskoningin kunnen zijn. Ik vermoed echter dat de gewezen huisarts en moeder van twee kinderen ook hier wel aan haar trekken komt. Is haar echtgenoot, die haar in interviews zijn ideale vrouw noemt, een vetaanbidder? Ik betwijfel het, maar hij is er in elk geval niet vies van. Ik vraag me wel af in welke mate mevrouw De Block haar overgewicht als problematisch beschouwt. Als arts weet ze immers maar al te goed dat haar levensverwachting ver onder het gemiddelde zit en dat ze hooguit nog enkele jaren min of meer normaal zal kunnen functioneren. Ze is nu vijftig. Ik wens haar een lang en gelukkig leven toe, maar ik vrees dat haar genen daar anders over zullen beslissen. En voor de rest zijn het mijn zaken niet.

* Sinds 11 oktober 2014 is De Block federaal minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid. Gezien haar morbide obesitas doet die laatste bevoegdheid hier en daar uiteraard wat wenkbrauwen fronsen. Volgens sommige peilingen was ze tot begin 2017 de meest populaire politicus van het land. Na enkele minder populaire maatregelen en ongelukkige uitspraken lijkt haar ster nu tanende.
Huik naar de wind

Als je wint, heb je vrienden
Rijen dik, echte vrienden
Als je wint, nooit meer eenzaam
Zolang je wint
(Doe Maar)

De
dagpauwoog is één van de grootste, mooiste en meest algemene dagvlinders van België en Nederland. De soort komt in nagenoeg elke tuin met bloeiende kruiden, struiken en bomen voor. Sommige jaren zijn de vlinders zo talrijk dat ze me al snel nauwelijks nog opvallen. Andere jaren zijn ze zo zeldzaam dat mijn hart een sprongetje maakt telkens ik toch een exemplaar te zien krijg. De dagpauwoog overwintert als imago. In onze contreien doen alleen de gehakkelde aurelia, de kleine vos en de citroenvlinder hem dat na. Anders dan de meeste inheemse vlinders brengt de dagpauwoog dan ook een veel groter deel van zijn leven als imago dan als rups door. Zodra de dagen lengen en de temperatuur stijgt, worden de vlinders weer actief en verlaten ze hun schuilplaats, niet zelden een schuur, zolder, kelder of tuinhuis. Soms verschijnen de eerste exemplaren al terwijl er nog sneeuw ligt. Ze kunnen goed vliegen en gaan meteen op zoek naar de nectar van vroege bloeiers als paardenbloem en sleedoorn. De voortplantingsstrategie van de dagpauwoog is vrijwel het tegendeel van die van de witvlakvlinder. In
Stacks Image 1948

De rups van de dagpauwoog is monofaag. Ze eet vrijwel uitsluitend grote brandnetel. Meteen een goede reden om ook deze plant een plekje in de tuin te geven.

april of mei zetten de vrouwtjes, in slordige pakketjes van vijftig tot enkele honderden, een duizendtal eitjes af op de onderkant van het blad van grote brandnetel. Ook hop en kleine brandnetel komen in aanmerking, maar zijn beduidend minder in trek. Na enkele weken komen de rupsjes uit, om zowat een maand en vier vervellingen later te verpoppen. Een tweetal weken daarna is de metamorfose compleet en in juni of juli fladdert in de tuin een nieuwe generatie dagpauwogen. In warme jaren volgt nog een tweede generatie – de foto van de rups hiernaast dateert van
25 augustus 2010 – en heel af en toe zelfs een derde. Op zoek naar voedsel kunnen de vlinders grote afstanden afleggen en sommige jaren vertonen ze de neiging om massaal te trekken. Dat doen ze echter niet doelgericht, zoals de atalanta. Ze waaien gewoon met alle winden mee, een beetje zoals een aanzienlijk deel van de Vlaamse kiezers.

Verliesaversie

Misschien doordat ze er met de neus bovenop zitten, zijn veel partijbonzen, politieke journalisten en commentatoren blind voor twee fundamentele, volstrekt irrationele drijfveren van de grote groep zwevende kiezers: de dorst naar winst en, vooral, de afkeer van verlies. Zoals vlinders van bloem tot bloem, fladderen ze van partij tot partij. Ze zetten hun huik naar de wind en stemmen voor de gedoodverfde winnaar. Het partijprogramma doet er niet toe en meestal kennen ze het ook niet of nauwelijks. Ze scharen zich gewoon achter de geprognosticeerde winnaar en stemmen nog liever tegen hun eigen belangen in dan dat ze voor een verliezer kiezen. Elke opiniepeiling die winst voor deze of gene partij voorspelt, levert de partij in kwestie weer een hoop extra stemmen
op. Het is geen toeval dat uitgerekend de meest succesvolle wielrenners en voetbalploegen ook de meeste supporters hebben. De harde kern van hondstrouwe adepten die hun renner of club door dik en dun steunen, blijft altijd relatief klein. Mensen houden niet van losers en worden er liefst op geen enkele manier mee geassocieerd. Als de partij waarvoor ze kiezen tot winnaar wordt uitgeroepen, hebben ze heel even het gevoel zelf winnaars te zijn. Ze juichen, net zoals supporters van een team dat zojuist een beker heeft gewonnen. Wanneer het Vlaams Belang – een extreemrechtse partij die teert op vreemdelingenhaat, racisme, ressentiment, angst en een handvol andere slechte raadgevers – na een gestage groei in 2007 voor het eerst kiezers verliest, is dat het begin van het einde. De schwung is eruit. Als ook enkele kopstukken, verkozenen en leden van de harde kern vaandelvlucht plegen, is het lot van de partij bezegeld. De zwevende kiezer ruilt het krimpende Vlaams Belang van Filip Dewinter in voor de wassende Nieuw-Vlaamse Alliantie (N-VA) van Bart De Wever.

Pas op voor slechte winnaars

Bart De Wever, burgemeester van Antwerpen en leider van de N-VA, begon zijn politieke carrière als een
Big Brainy Bloke. Na een crashdieet lijkt hij zich nu jammer genoeg te ontpoppen tot een Sad Ugly Bastard. Ik mag hem wel. Ik verafschuw zijn ultraliberale ideologie en zijn oubollig nationalisme, maar ik houd van zijn debatstijl, zijn droge humor én het feit dat hij in de
Stacks Image 1972

Dagpauwoog van de eerste generatie op lavendel, één van de favoriete voedselplanten van deze ravissante soort.

wenselijk- en haalbaarheid van zijn eigen project lijkt te geloven, een beetje zoals de jonge Guy Verhofstadt ten tijde van de eerste Burgermanifesten. Ofschoon hij zichzelf wellicht als een Realpolitiker en pragmaticus beschouwt, is hij in wezen een tot mislukken gedoemde idealist. De NV-A heeft vandaag de wind in de zeilen en zal misschien nog de regionale, federale en Europese verkiezingen van 2014 winnen. Maar dan is het vet van de soep*. De partij is geen kers met een stevige kern, maar een druif met een handvol pitjes, bijeengehouden door de zwaartekracht van Zonnekoning De Wever. Arme Bart. Zijn deelname aan het zevende seizoen van de tv-quiz De Slimste Mens ter Wereld gaf zijn populariteit in 2009 een geweldige boost. Het gros van zijn kiezers én zijn tegenstanders leeft vandaag zelfs in de waan dat hij die editie van het kijkcijferkanon glansrijk won. Zodra de peilingen voor de N-VA minder gunstig uitvallen, zullen ze zich plots weer haarscherp herinneren hoe hij in de finale op het nippertje door VRT-journalist Freek Braeckman werd verslagen. Gelukkig maar, want terwijl de meeste mensen slechte verliezers zijn, is De Wever vooral een slechte winnaar. Zijn overwinningsspeech na de gemeente-, districts- en provincieraadsverkiezingen van 2012 spreekt boekdelen. Hij ziet eruit als een geslagen hond, alsof hij pas heeft vernomen dat zijn vrouw hem bedriegt met een Franstalige, Centraal-Afrikaanse asielzoeker. Hij zit duidelijk niet lekker in zijn overmatig vel. Winnen gaat hem niet goed af. En hij krijgt nooit de kans om het te leren.

* Vlaamse-uitdrukkingalarm! "Het vet is van de soep" betekent dat het beste voorbij is. Er zit geen winst meer in. Wat volgt, is niet veel soeps.
The Luck of the Irish

If you had the luck of the Irish
You'd be sorry and wish you were dead
You should have the luck of the Irish
And you'd wish you was English instead!
A thousand years of torture and hunger
Drove the people away from their land
A land full of beauty and wonder
Was raped by the British brigands!
Goddamn! Goddamn!

(
John Lennon)

8 december 1980. In Manhattan jaagt een
25-jarige godsdienstwaanzinnige vier dumdumkogels in de rug van John Lennon. Ik heb geen greintje talent voor idolatie – een handicap die zelden wordt geapprecieerd –, maar de laffe moord op de ex-Beatle, één van de grootste en meest invloedrijke singer-songwriters aller tijden, grijpt me aan. Ik ben, samen met miljoenen mensen overal ter wereld, diep geschokt. 8 december 2012. Als een vorm van eerbetoon luister ik op YouTube naar Working Class Hero, mijn favoriete Lennon-nummer. Een steelstringgitaar en twee akkoorden: in de beperking toont zich de meester. De no-nonsenselyrics en de eenvoudige melodie laten me ook nu niet onberoerd. Jeugdsentiment? Misschien*, maar het blijft een meesterwerk dat vandaag nog altijd even relevant is als toen Lennon het in 1970 componeerde. Dat geldt in veel mindere mate voor The Luck of the Irish. De Ierse kwestie – tot op zekere hoogte een ouderwetse godsdienstoorlog – is nog altijd niet echt opgelost. Maar in Noord-Ierland maaien Britse militairen niet langer weerloze republikeinse katholieken neer, terwijl op wraak
Stacks Image 2003

Zeg maar dag met je handje!

beluste leden van het Iers Republikeins Leger (IRA) geen loyalistische protestanten meer liquideren. De wonden zijn niettemin nog lang niet geheeld en het geweld dat The Troubles kenmerkte kan snel weer opflakkeren**. Net als Sunday Bloody Sunday op hetzelfde album en Give Ireland Back to the Irish van Paul McCartney, die andere ex-Beatle, is ook The Luck of the Irish een reactie op de dramatische gebeurtenissen van zondag 30 januari 1972. In het Noord-Ierse, overwegend katholieke Derry openen Britse soldaten zonder enige aanleiding het vuur op ongewapende demonstranten. Balans: veertien doden, waaronder zes jongens van amper zeventien. The luck of the Irish is echter ook een Amerikaanse uitdrukking die intussen al zo oud is dat blijkbaar niemand nog met zekerheid de herkomst en de oorspronkelijke betekenis ervan kent. Volgens de ene bron heb je het geluk van de Ieren als je echt mazzel hebt en als het ware domweg over een pot goud aan het eind van de regenboog struikelt. Volgens andere bronnen is de uitdrukking ironisch bedoeld en betekent ze dat je door pech wordt achtervolgd en van de regen in de drup komt. Hoe het ook zij, in één opzicht hebben de Ieren inderdaad geluk: op het Groene Eiland leven geen mollen. Hebben de leprechauns ze uitgeroeid? Heeft Sint-Patricius ze samen met de slangen de zee in gejaagd? De waarheid is, zoals gewoonlijk, zowel prozaïscher als boeiender. Als er in de Ierse bodem ooit mollen zaten, dan hebben die het laatste glaciaal niet overleefd. Als het zowat 12.000 jaar geleden warmer
wordt, rukken ze weer naar het noorden op. Doordat het landijs smelt, stijgt de zeespiegel en ontstaat de Ierse Zee. De mollen bereiken Engeland, maar komen gewoon te laat om ook Ierland te (her)koloniseren. Net zoals de slangen. Hoe minder natuur en hoe minder dieren, hoe groter onze liefde ervoor. Nergens tref je dan ook meer natuur- en dierenliefhebbers aan dan in de steden van Europa en Noord-Amerika. Dat komt misschien doordat we ze missen, maar toch ook en wellicht vooral doordat we er geen last van hebben. In het stadspark groeien geen brandnetels en in de zoo zitten de dieren veilig achter slot en grendel. Ik kan uren op een bankje zitten toekijken hoe de mollen het gazon in een bergmassief veranderen. In het grootste deel van de tuin laat ik de beestjes met rust. Af en toe maken ze het echter al te gortig en moet ik ingrijpen. Ik maak van mijn hart een steen, zet een klem en enkele uren of dagen later is het probleem opgelost. Maar daarover – en over de alternatieve, zogenaamd diervriendelijke oplossingen van de meest larmoyante dierenvrienden – meer in één van de volgende afleveringen van Tuinsoap.

* Nota aan mijn kinderen, kleinkinderen en het toekomstige, helaas ook dan wellicht nog altijd onderbetaalde personeel van Huize Avondrood: wanneer ik over luttele jaren scheefgezakt in een rolstoel zit te dementeren, dan zal Working Class Hero één van de liederen zijn die mij heel even uit mijn sluimer kunnen wekken. Wedden dat ik de lyrics ook dan nog uit het hoofd ken en het lied tot mijn laatste snik uit volle borst meeprevel?

** Op dit eigenste moment – 11 december 2012 – zijn er weer rellen in Belfast. Het stadsbestuur besloot om de
Union Jack alleen nog op feestdagen te hijsen. Britsgezinde loyalisten vinden dat niet kunnen. Het zit er weer bovenarms op.
Reageer op deze aflevering


Is dit je eerste bezoek aan de Heuvelstraat 37? Neem dan even de tijd om de site te verkennen en teken eventueel ook het Gastenboek. Tot de volgende keer!
(Reacties op de Nederlandse en Engelse versie zijn samengevoegd. Franse of Duitse reacties zijn welkom. Antwoorden doe ik soms in het Engels.)


Geraardsbergen, 14 december 2012.
Laatst aangepast op 31 januari 2017.