6.
Stacks Image 1721
Stacks Image 1735
Stacks Image 1739
Ziende blind: de illusie van de aandacht

Er is een verschil tussen kijken en zien. Kijken is wat we doen. Zien is wat we denken dat we doen. In werkelijkheid zijn we stekeblind voor nagenoeg alles wat binnen ons blikveld valt. We kijken ernaar, maar we zien het niet echt of toch lang niet zo gedetailleerd als we doorgaans geloven. Ons brein houdt ons voor de gek. Het voelt er niets voor om alle visuele prikkels die het ontvangt keurig te verwerken, maar schotelt ons een grotendeels bijeen gefantaseerd plaatje voor. Kwestie van geen kostbare energie en processortijd te verspillen aan details die het op
dat moment om de één of andere reden onvoldoende belangrijk acht. Zoals de paal of de glazen deur waar je vijf seconden later op volle snelheid tegenaan knalt. Of de gorilla uit het intussen beruchte experiment van Christopher Chabris en Daniel Simons. "Kijk uit" schreeuwt de moeder, maar het is al te laat. Haar jongen heeft alleen oog voor die stomme bal en niet voor die fatale auto. Ons brein beslist wat belangrijk is en schenkt geen of nauwelijks aandacht aan bijkomstigheden, ook al blijken die achteraf soms van levensbelang te zijn. Zelfs de meest oplettende automobilist maakt het wel
Stacks Image 1772

De rups van de koninginnenpage valt op en is allesbehalve zeldzaam. Toch hebben veel mensen er nog nooit één gezien. Ze kijken eroverheen.

eens mee dat hij plots wordt ingehaald door een motorfiets die uit het niets lijkt te verschijnen. Altijd even schrikken. De illusie van de aandacht is helaas zo overtuigend dat we geen lessen trekken uit onzichtbare gorilla's, spookmotoren of onverhoedse confrontaties met weerbarstige obstakels. Te gast bij mijn schoonbroer in het Antwerpse vraag ik of de worteltjes in zijn moestuin wel eens koninginnenpages lokken. "Nog nooit gezien", antwoordt hij, enigszins bedrukt. "Hier fladdert hooguit zo af en toe een verdwaalde nummervlinder." Zijn woorden zijn nog niet koud of ik zie een rups van een koninginnenpage op het wortelloof zitten. Een relatief jong exemplaar met korte stekels, net zo groot en ogenschijnlijk opvallend als de rups op het loof van de winterwortels in mijn eigen moestuin hierboven. Zeg nu zelf: dat de meeste mensen zo'n rups niet zien, daar sta je toch van te kijken?
Macrofotografie: anders gaan kijken

Agalev: het zou een Russische componist, geneticus of bommenwerper kunnen zijn. Maar het is de oorspronkelijke naam van de Vlaamse ecologische partij die in 1979 wordt gesticht, in 2003 wordt omgedoopt tot Groen! en sinds 2012 ietwat minder schreeuwerig simpelweg Groen heet. Agalev staat voor anders gaan leven, iets waarvan nagenoeg ieder weldenkend mens beseft dat we het zouden moeten doen maar waartoe haast niemand zich geroepen voelt. Gewoon leven zoals Jan en alleman is immers al lastig genoeg en anders is niet noodzakelijk beter. Na de desastreuze federale verkiezingen van 2003, waarbij Agalev fors onder de kiesdrempel zakt, zijn zowel de tijd als de geesten rijp voor een vernieuwingsoperatie. De opdracht is duidelijk: als mensen vandaag niet anders willen gaan leven, laten we er dan toch minstens voor zorgen dat ze straks anders gaan stemmen. Cynisch? Voor sommige supporters van het eerste uur is het wellicht even slikken, maar het is in wezen een nobel
Stacks Image 1948

De rups ziet er na elke vervelling weer wat anders uit. Van de stekels die de jonge rups kenmerken, valt al snel niets meer te bekennen.

streven dat getuigt van volwassenheid en realiteitszin. Als Groen! en vervolgens Groen bij de volgende verkiezingen telkens overtuigend de kiesdrempel halen, verstomt de kritiek en zijn vriend en vijand het erover eens dat de vernieuwing een succes is. De operatie is geslaagd. De patiënt wordt weliswaar nooit meer de oude, maar heeft het niettemin overleefd en lijkt in menig opzicht zelfs kwieker dan ooit. Dat anders gaan leven ook voor mij te hoog gegrepen is, belet me overigens niet om me als amateur natuurfotograaf verder te bekwamen in het anders gaan kijken. Als ik met
een macrolens op mijn camera door de tuin struin, zie ik heel andere dingen dan wanneer ik dat met een telelens of zonder camera doe. Dan mag er bij wijze van spreken een olifant passeren; mijn oog valt onwillekeurig op een melige pruimenluis, een stokroossnuitkever of een ander petieterig beestje waar een mens normaliter overheen kijkt. Trek ik met mijn camera de tuin in op zoek naar paddenstoelen, dan blijk ik echter opeens blind te zijn voor alles wat vliegt, loopt, kruipt, kronkelt of anderszins beweegt. Afhankelijk van waar ik precies naar op zoek ben, kijk ik met andere ogen. Focus, heet dat dan. Mijn blik valt op de pas vervelde rups van een koninginnenpage en de rest van de wereld houdt stante pede op te bestaan. Anders gaan kijken, met of zonder camera, zet geen zoden aan de dijk, lost niets op en behoedt het mensdom niet voor de ondergang. Het levert hooguit wat mooie plaatjes, boeiende observaties en heel misschien zelfs enkele min of meer waardevolle nieuwe inzichten op. Onvoldoende ambitieus? Het is maar hoe je het bekijkt. Ik zie dat anders.
Priming: de pap in de mond

Zoekt en gij zult vinden. Zo staat het in hoofdstuk 7 van mijn versie van het evangelie volgens Matteüs. Maar als je niet weet wat je zoekt en geen flauw idee hebt van hoe het eruitziet, is de kans dat je het vindt ongeveer zo groot als de massa van een neutrino: nagenoeg nul. Op fossielenjacht met het team van Richard Leakey in de Grote Riftvallei, slaagt de Amerikaanse paleontoloog Stephen Jay Gould er naar eigen zeggen niet in om ook maar één stukje bot te ontdekken*. Tot verbazing van het team vindt hij wel massa's fossiele resten van miljoenen jaren oude huisjesslakken. Als landslakkenexpert heeft hij daar nu eenmaal een neus voor. Ik vermoed dat het om een vorm
van priming gaat. Cognitief psychologen maken er vaak gebruik van om aan te tonen dat zowel onze waarnemingen als ons gedrag en onze opinies veel makkelijker te beïnvloeden en veel minder objectief of rationeel zijn dan we geneigd zijn te geloven. Doordat je nu het woord DRANK leest, maak je van B_ER wellicht sneller BIER dan een ander Nederlands woord als BEER of BOER. Is een volgroeide rups van een koninginnenpage gemiddeld langer of korter dan een halve meter? Korter, natuurlijk! Dat weet toch iedereen? Ja, maar als je vervolgens naar de gemiddelde lengte van zo'n rups vraagt, schatten mensen die meestal toch veel langer in dan wanneer je eerst vraagt of ze gemiddeld langer of korter dan een halve centimeter is. Op dezelfde manier kunnen de locatie en de inrichting van een stemlokaal het kiesgedrag beïnvloeden. Niet dat van jou of van mij – wij zijn immers altijd de uitzondering die de regel bevestigt, nietwaar? – maar wel dat van onze wat minder rationele en beter manipuleerbare soortgenoten**. Omdat slecht nieuws beter in de markt ligt – goed nieuws is immers géén nieuws –, bespreken boeken en artikels doorgaans vooral de ongewenste effecten van priming. De radioloog die controleert of een bot al dan niet is gebroken, kijkt naast de tumor die op de röntgenfoto duidelijk zichtbaar is en die hij nooit zou hebben gemist indien zijn brein niet op een breuk was ingesteld. De professor die zijn pappenheimers kent, beoordeelt een studentenscriptie anders wanneer hij wél dan wanneer hij níet weet wie de auteur ervan is. Het zou niet mogen, maar het is des mensen en een stevig argument om mondelinge examens te vermijden en schriftelijke zo anoniem mogelijk te maken. Gelukkig is het niet allemaal kommer en kwel. Priming geeft je brein als het
Stacks Image 1972

Bij de minste aanraking schrikt de rups zich twee fel oranje hoorntjes waarvan haar belager zich op zijn beurt een hoedje schrikt. De klier (osmaterium of osmeterium) scheidt een stof af die, althans volgens mijn neus, naar supergeconcentreerd wortelsap ruikt.

ware de pap in de mond en die pap hoeft niet noodzakelijk vies te smaken. In een oogopslag ziet de collectioneur of de bonte verzameling dingsigheidjes van een standje op de rommelmarkt ja dan nee iets van zijn gading bevat. Uit wat voor een leek een hoop puin of steenslag lijkt, pikt de archeoloog feilloos die ene Gallo-Romeinse potscherf of neolithische pijlpunt. Ben je op zoek naar één of ander relatief zeldzaam, onopvallend en/of uitstekend gecamoufleerd beestje, dan is het altijd een goed idee om jezelf te primen. Kijk vooraf aandachtig naar wat afbeeldingen van het beest in kwestie en neem eventueel wat foto's mee, al dan niet in digitale vorm. Succes is niet gegarandeerd, maar de kans dat je vindt wat je zoekt wordt wel vele malen groter. Soms lukt het zelfs zo goed dat het lijkt alsof er méér aan de hand is: dat je het beestje dat je zoekt op miraculeuze wijze aantrekt. Onzin, uiteraard. Priming verandert je niet in een beestenmagneet met bovennatuurlijke gaven. Maar dat het werkt, staat buiten kijf.

* Stephen Jay Gould, Eight Little Piggies – Reflections in Natural History, Penguin Books, 1993. Het relaas van zijn verblijf in het kampement van Richard Leakey in januari 1986 staat in het essay The Declining Empire of Apes.

** Niemand is immuun voor priming. Denk je dat je dat wél bent, dan ben je er juist vatbaarder voor. Je bent dan immers minder op je hoede en wordt daardoor alleen maar nog makkelijker bij de neus genomen. Niet overtuigd? Lees
Thinking, Fast and Slow van Daniel Kahneman (in het Nederlands vertaald als Ons feilbare denken). Een aanrader.
In memoriam: afscheid van mevrouw Vijfpoot

Terwijl mevrouw Vijfpoot in haar gloednieuwe web artistiek verantwoord rubensiaans zit te wezen, heeft haar intussen fel vermagerde dubbelgangster twee perfect afgewerkte eicocons geweven. (Klinkt de voorgaande zin je ongeveer zo gek in de oren als het eerste het beste gedicht van Lucebert uit de jaren 1950, blader dan eerst even terug naar Aflevering 2, Aflevering 4 en Aflevering 5 van deze soap. Anders dan zo'n gedicht, wordt de openingszin van dit in memoriam dan zo klaar als het klaarste pompwater*. Geen flauw idee wie of wat Lucebert was? Dan was
jouw schoolgaande jeugd alvast wat dit betreft net iets minder tijdverspilling dan de mijne.) De afstand tussen beide cocons, die elk een flink pakket oranjegele eitjes bevatten, bedraagt een tiental centimeter. Beleggingsadviseurs hameren doorgaans op het belang van wat ze risicospreiding noemen. Veel wespenspinnen nemen dit advies ter harte door twee of drie cocons te bouwen, meestal in de buurt van hun web. Op deze pagina van de site van Jan van Duinen zie je hoe ze daarbij te werk gaan. Behoorlijk indrukwekkend, vind ik. Op twee of drie paarden wedden is minder
Stacks Image 2545

Twee eicocons van de dubbelgangster van mevrouw Vijfpoot. Als je goed kijkt, zie je onder de linker cocon nog net een stukje van de eigenares.

riskant dan alles op één kaart zetten, maar blijft niettemin een gok. Of de extra investering uiteindelijk ook echt rendeert, hangt af van talloze factoren waarop de spin absoluut geen greep heeft. In de loop van het najaar en de winter gaan heel veel cocons én hun kostbare inhoud verloren. Minstens de helft, schat ik, maar het kunnen er ook veel méér zijn en het ene jaar is duidelijk het andere niet. Onze wespenspin is van oorsprong een Zuid-Europese soort die geleidelijk naar het noorden oprukt. In Vlaanderen en Nederland dateren de eerste bevestigde waarnemingen van het begin van de jaren 1980. Je zou dan ook verwachten dat koude winters met veel sneeuw
Stacks Image 2471

Mevrouw Vijfpoot bewaakt haar volgens de regels van de kunst geweven eicocon. Meteen de laatste performance van deze populaire Tuinsoapactrice.

en strenge vorst roet in het eten gooien. Misschien is dat ook wel zo, maar afgaande op het aantal exemplaren dat ik 's zomers in de tuin aantref, lijken juist vooral slappe winters nefast te zijn. Toeval of trend? Van meet af aan is de wespenspin één van die zuidelijke soorten waarvan de komst aan de opwarming van de Aarde wordt gelinkt. Een Duitse doctoraalscriptie uit 2013** wijst echter uit dat de wespenspinnen in onze contreien weliswaar nauw verwant zijn aan hun warmteminnende soortgenoten uit het Middellandse Zeegebied, maar in mindere mate ook aan de wespenspinnen uit het Zwarte Zeegebied. En die laatste zijn allesbehalve koukleumen. Blijkbaar hebben beide populaties, die pas na de laatste ijstijd zijn uiteengegroeid en zich aan totaal verschillende klimaten hebben aangepast, elkaar in de loop van de vorige eeuw teruggevonden en genen uitgewisseld. In mensentaal zijn de wespenspinnen in de tuin aan de Heuvelstraat 37 dus hoogstwaarschijnlijk halfbloeden met
nauwelijks te ontwarren roots en een uiterst rooskleurige toekomst. Enkele dagen nadat ik de twee eicocons fotografeer, tref ik in het web van mevrouw Vijfpoot andermaal haar met acht poten gezegende dubbelgangster aan. Ik speur de omgeving af en ontdek tot mijn verbazing, amper dertig centimeter boven het web, een derde cocon. De ondanks alles volgens de regels van de kunst geweven constructie wordt door mevrouw Vijfpoot bewaakt. Wat een prestatie! Dagenlang blijft ze trouw op post om dan plots en dit keer voorgoed uit mijn leven en deze soap te verdwijnen. Dat ze er helaas niet in slaagt om de helft van haar ongetwijfeld formidabele genen door te spelen, kon je al lezen in de pilotaflevering. Nee, het is nooit verstandig om al je eieren in één mand te leggen.

* Vlaamse-uitdrukkingalarm! Zo klaar als pompwater betekent precies hetzelfde als de Nederlandse uitdrukking "zo klaar als een klontje". Alleen heeft die laatste uitdrukking vermoedelijk meer te danken aan onze vreemde voorliefde voor vrolijke alliteraties dan aan het feit dat zuivere kandij enigszins doorschijnend is. Dat lijkt me zo helder als kristal.

** Henrik Krehenwinkel,
A phylogeographic, ecological and genomic analysis of the recent range expansion of the wasp spider Argiope bruennichi, 2013 (pdf).
Tandkaak: gewoon vergeten

Als ik vertel dat ik een gediplomeerd filosoof ben, lokt dat doorgaans een meewarige glimlach en een variant op de volgende vraag uit: "O ja? En wat is jouw filosofie?" Vroeger stond ik dan altijd met de mond vol tanden, maar sinds enige tijd bedien ik me schaamteloos van de geweldige repliek van de Ghanese filosoof Kwame Anthony Appiah: "Mijn filosofie is dat alles altijd veel ingewikkelder is dan je denkt." Op zoek naar informatie over de één of andere soort die ik in de tuin heb ontdekt, stel ik vaak vast dat ook in de natuur niets zo simpel is als het lijkt. Neem bijvoorbeeld Enoplognatha ovata, alias de gewone tandkaak. Dit hooguit zeven millimeter grote kogelspinnetje is in elke tuin present en ziet er zo leuk uit dat alleen volbloed arachnofoben er in galop voor op de vlucht slaan. De gewone tandkaak komt voor in een drietal erfelijke kleur- en patroonvormen: exemplaren met een volledig witgeelgroenig achterlijf, exemplaren met twee wijnrode strepen én exemplaren met een volledig rood achterlijf.
Die laatste vorm zou zeldzamer zijn en trof ik tot nu toe nog nooit in de tuin aan. De frequentie van de verschillende vormen wordt hoogstwaarschijnlijk bepaald door de gastronomische voorkeuren en grillen van vogels en andere vijanden die niet om het even wat naar binnen spelen. Enoplognatha ovata dankt zijn ietwat curieuze wetenschappelijke en Nederlandse geslachtsnaam aan de spitse uitgroeisels op de cheliceren of gifkaken van de mannetjes. Enoplognatha is een uit het Grieks afgeleid woord dat zoveel betekent als "gewapende kaak". Ovata is
Stacks Image 2660

In dit met spinsel opgerolde blad bewaakt een gewone of vergeten tandkaak haar eicocon.

dan weer afgeleid uit het Latijn en verwijst naar het ei-vormige achterlijf. De mannetjes zijn, zoals gebruikelijk, kleiner dan de vrouwtjes en leven ook minder lang. Na de paring zit hun taak erop en leggen ze al snel het loodje. De vrouwtjes produceren een helderblauwe eicocon met ruim honderd eitjes die ze in een dichtgesponnen blad bewaken. Dat doen ze meestal tegen het einde van de zomer of in het begin van de herfst. Tref je zo'n opgerold blad aan, dan kan het geen kwaad om het voorzichtig te openen. De spin voert daarna wel de nodige restauratiewerken uit of geeft haar cocon een spiksplinternieuw onderkomen. Nadat de spinnetjes zijn uitgekomen, blijft moederlief nog tot na hun eerste vervelling in de buurt. Uitgemergeld verlaat ze dan de broedkamer om wat verderop van God en iedereen verlaten het tijdelijke met het niets te verwisselen. Haar kroost blijft nog enkele dagen of weken verweesd achter om vervolgens uit te zwermen en in de kruidlaag te overwinteren.

Identiteitscrisis

Ondanks de verschillende kleur- en patroonvormen is de gewone tandkaak één van de makkelijkst met zekerheid te determineren inheemse spinnen. Althans tot in 1982. Dan ontdekken de Finse arachnologen Heikki Hippa en Ilkka Oksala een spin die weliswaar als twee druppels water op
Enoplognatha ovata lijkt, maar toch als een andere soort moet worden beschouwd. De geslachtsorganen van de mannetjes van de gewone tandkaak passen immers niet op die van de vrouwtjes van de nieuwe soort en vice versa. Anders dan de wespenspinnen uit het Middellandse Zeegebied en die uit het oosten en het centrum van Eurazië kunnen ze daardoor geen genen meer
Stacks Image 2717

Zowel de vrouwtjes van de gewone als die van de vergeten tandkaak maken een blauwe eicocon. Of die kleur een functie heeft, kon ik niet achterhalen.

uitwisselen. Ze zijn voor eeuwig en altijd genetisch van elkaar gescheiden en kunnen alleen nog verder uit elkaar evolueren. Hippa en Oksala noemen de nieuwe soort Enoplognatha latimana, waarbij latimana volgens Heikki Hippa helemaal niets betekent, maar lekker Latijns klinkt en keurig op zowel ovata als de familienamen van beide doopvaders rijmt. In het Nederlands wordt de dubbelganger van de gewone tandkaak heel toepasselijk de vergeten tandkaak genoemd. Enoplognatha latimana zou gemiddeld iets meer maar kleinere eitjes produceren dan Enoplognatha ovata en dat doorgaans pas enkele
weken later doen. De vergeten tandkaak zou bovendien veel zeldzamer zijn dan de gewone – het tegenovergestelde zou zonder meer ridicuul zijn* –, maar beide soorten komen vaak samen voor, in alle kleur- en patroonvormen. In het veld zijn ze absoluut niet van elkaar te onderscheiden, zelfs niet met een vergrootglas. Waarschijnlijk komt in de tuin aan de Heuvelstraat 37 alleen de gewone tandkaak voor, maar het is niet uitgesloten dat ook de vergeten tandkaak van de partij is. Aangezien ik er niets voor voel om tientallen exemplaren te vangen, te doden en vervolgens hun genitaliën aan een microscopisch onderzoek te onderwerpen, zal ik het wel nooit met zekerheid weten. Maar één ding is duidelijk: ook in de natuur is alles altijd veel ingewikkelder dan je denkt. Zo eenvoudig is dat.

* En toch: genitaal onderzoek wees intussen uit dat vergeten tandkaken soms juist talrijker zijn dan gewone, als die laatste al niet helemaal ontbreken.
Duitse wesp: don't mention the war!

Ik geef het niet graag toe, maar ik heb een probleem met Duitsers en, bij uitbreiding, Oostenrijkers. Ze bezorgen me nachtmerries. Soms stap ik mee op in een troosteloze stoet wanhopige vluchtelingen die door een eskader stuka's wordt gedecimeerd. Soms dwaal ik door de met brokstukken van gebouwen en mensen bezaaide straten van een door Hitlers Vergeltungswaffen tot puin herschapen stad. Maar meestal word ik door de Gestapo van mijn bed gelicht, gefolterd en gedeporteerd naar Buchenwald, Mauthausen of een ander concentratiekamp. Ook al ben ik dan van na de oorlog – vijftien jaar om precies te zijn –, op de één of andere manier ben ik er blijkbaar toch enigszins door getraumatiseerd. Ligt het aan de verhalen van mijn ouders en grootouders? Heb ik te veel boeken over de Tweede Wereldoorlog en de vernietigingskampen gelezen? Misschien moet ik gewoon wat minder naar Canvas kijken, het tweede net van de Vlaamse openbare zender dat geen kans onbenut laat om documentaires over Hitler en zijn Duizendjarig Rijk te programmeren. Ofschoon ik niemand van mijn generatie ken die door soortgelijke nachtmerries wordt gekweld – de enige andere dromen waaruit ik wel eens badend in het
angstzweet ontwaak zijn die over mijn onzalige collegejaren –, ken ik in mijn omgeving ook niemand van mijn generatie die het huidige Duitsland en Oostenrijk, inclusief hun autochtone bewoners en de taal die ze spreken, nooit ofte nimmer onwillekeurig met de Tweede Wereldoorlog of met Hitler en zijn beulen associeert. We doen er vaak wat lacherig over, maar het zit duidelijk veel dieper dan we onszelf proberen wijs te maken. Als de schaduw van een vinger van de Israëlische premier toevallig een Hitlersnorretje op de bovenlip van bondskanselier Angela Merkel tekent, gaat een foto
Stacks Image 2811

Net zoals gewone wespen houden ook Duitse wespen van zoetigheid, zoals fruit of cola. Je herkent ze aan de stippen op hun snoet en hun abominabel gevoel voor humor.

van het voorval viraal. Zet de Mannschaft het Braziliaanse elftal tijdens het WK voetbal binnen het half uur op een 5-0 achterstand, dan gewagen sportjournalisten al snel van een Blitzkrieg. Duitstalige toeristen zijn welkom, maar worden achter hun rug om toch vriendelijk verzocht dit keer geen vier of vijf jaar te blijven hangen. Befehl ist Befehl! Ordnung muss sein! We zeggen het in het Duits, want dat klinkt beter. Een flauw excuus, maar ja: les excuses sont faites pour s'en servir.

Prikkelbare pestkoppen

In de
vorige aflevering van Tuinsoap maakte je kennis met de Franse veldwesp, een minzame bon vivant die ongeveer zo agressief is als een verlegen vergeet-mij-nietje. De Duitse wesp, daarentegen, is een uiterst prikkelbare pestkop die terrasjes, tuinen en picknickplaatsen onveilig maakt. De soort wordt in 1793 wetenschappelijk beschreven door de Deense entomoloog Johann Christian Fabricius, één van de meest briljante studenten van Linnaeus, de vader van de taxonomie. Ik weet niet of Fabricius óók een probleem met Duitsers had, maar het is een veeg teken dat hij uitgerekend één van de minst populaire schepsels ter wereld Vespula germanica noemt. De werksters van de Duitse wesp zijn niet voor rede vatbaar. Met doodsverachting storten ze
Stacks Image 2437

Tegen het einde van de zomer staan de werksters stijf van de stress. Ze verzamelen voedsel voor de larven én de nieuwe generatie darren. Rotte peren zijn gefundenes Fressen.

zich op je koude schotel, vallen ze massaal je geroosterde ribbetjes aan en duiken ze in formatie je fruitsalade of frisdrank in. Een steek in de keel doet elk jaar weer talloze nietsvermoedende barbecueliefhebbers in het ziekenhuis belanden. Elke hap, elke slok kan fataal zijn. De Duitse wesp is inheems in Noord-Afrika, Europa en een deel van Azië. De soort is echter volop bezig meer Lebensraum te veroveren en komt vandaag al in Amerika, zuidelijk Afrika en zelfs in Nieuw-Zeeland en Australië voor. Ze wordt er beschouwd als een helaas onuitroeibare invasieve exoot die andere
soorten en met name Homo sapiens het leven zuur maakt. Vespula germanica is een vervelende tafelschuimer, een ongenode gast die bij de minste provocatie sneller door het lint gaat dan een ladderzatte macho wiens moeder je beledigt. Maar ook al ben ik al vaker gestoken dan me lief is, in mijn ogen is de Duitse wesp een prachtig beest dat me ondanks zijn slechte reputatie absoluut geen angst inboezemt. Ik lig er niet van wakker en ik krijg er ook geen nachtmerries van. Kon ik maar hetzelfde zeggen van Duitsers en Oostenrijkers! Dat is, helaas, niet het geval. Ik kan alleen maar hopen dat ze het me niet kwalijk nemen en misschien zelfs mijn openhartigheid op prijs weten te stellen. Zoals zij niet verantwoordelijk zijn voor de misdaden van sommige van hun voorouders en landgenoten, zo ben ik niet verantwoordelijk voor mijn nachtmerries. Hoeveel naoorlogse generaties zijn er in dit deel van de wereld nodig om het trauma volledig te verwerken? Minstens drie en hooguit vier, schat ik. Voor de kinderen van mijn kinderen is de Tweede Wereldoorlog al grotendeels gereduceerd tot een videospel en een reeks saaie geschiedenislessen. Voor hun eigen kinderen zal die oorlog in het beste geval de laatste zijn. Meer niet. Als overgrootvader ze vertelt dat de enge beesten die in hun limonade zwemmen Duitse wespen zijn, zullen ze niet snappen waarom hun ouders of grootouders dat blijkbaar grappig vinden. Laat staan waarom die ouwe mopperpot plots Don't mention the war! roept.
Reageer op deze aflevering


Is dit je eerste bezoek aan de Heuvelstraat 37? Neem dan even de tijd om de site te verkennen en teken eventueel ook het Gastenboek. Tot de volgende keer!
(Reacties op de Nederlandse en Engelse versie zijn samengevoegd. Franse of Duitse reacties zijn welkom. Antwoorden doe ik soms in het Engels.)


Geraardsbergen, 6 oktober 2014.
Laatst aangepast op 16 februari 2017.