7.
Stacks Image 1721
Stacks Image 1735
Stacks Image 1739
Laat honderd akkerdistels bloeien!

In mei 1887 verschijnt in het Belgisch Staatsblad een Koninklijk Besluit dat alle overheden, eigenaars en huurders verplicht om alle distels met wortel en tak uit te roeien. Een wat mildere versie van de wet beperkt die verplichting later tot vier van het twintigtal inheemse en ingeburgerde soorten: de speerdistel, de kale jonker, de kruldistel en de akkerdistel. De wet staat al jaren ter discussie, maar is vandaag nog altijd in heel België van kracht. Veel Nederlandse gemeenten en provincies kennen een gelijkaardige, zij het doorgaans toch wat minder extreme distelverordening. Wat hebben deze wilde planten in 's hemelsnaam misdaan? Ze zijn belangrijke voedselbronnen voor honderden, vaak zeldzame insecten en andere dieren. Ze vormen oogstrelende bloemhoofden die
Stacks Image 2471

De larven van de groefbijendoder, één van de acht inheemse knoopwespen, leven van de door hun moeder verlamde en begraven solitaire bijen. Volwassen exemplaren voeden zich met nectar en zijn tuk op die van de akkerdistel.

moeiteloos kunnen wedijveren met de allermooiste wilde of gecultiveerde bloemen. Ze zijn niet giftig en vormen geen enkele bedreiging voor de biodiversiteit, de voedselveiligheid of het welzijn van wie of wat dan ook. Ze prikken, meer niet. Uit ervaring weet ik dat dat behoorlijk vervelend kan zijn. Zet maar eens een hooimijt op met maaisel vol kurkdroge distels! De eerste wet op de distelbestrijding stamt dan ook uit een tijdperk waarin boeren en landwerkers nog nagenoeg alles met de blote hand doen en er geen onkruidverdelgers bestaan. Vandaag erkent zelfs de Boerenbond, 's lands grootste en meest invloedrijke beroepsorganisatie voor boeren en tuinders, dat de wet achterhaald en nutteloos is. Althans voor de drie tweejarige soorten van het geviseerde kwartet. Voor de akkerdistel, ook wel boerenplaag genoemd, pleit de organisatie voor het behoud van de verdelgingsplicht op landbouwgrond en op gronden die aan akkers of weilanden grenzen. Op het eerste gezicht is dat niet onredelijk. Akkerdistels zijn
overblijvende planten die zich via een soort ondergrondse, vaak meterslange uitlopers ook vegetatief kunnen vermeerderen. Daardoor zijn ze veel moeilijker te bestrijden dan de tweejarige distels waarvan de voortplanting uitsluitend via zaden verloopt. Maar waarom eist de Boerenbond dan ook geen verdelgingsplicht voor alle andere meerjarige woekeraars die zich eveneens vegetatief vermeerderen, zoals kweek of de door zoveel tuinliefhebbers vervloekte heermoes? Omdat die minder opvallen. Omdat hun zaden of sporen veel minder zichtbaar zijn dan het door de wind verspreide distelpluis. Maar toch vooral omdat ze niet prikken.

Burgerlijke ongehoorzaamheid: Au!

Vóór de tweede helft van de 20ste eeuw, als tetanus of kaakklem nog letterlijk een dooddoener is, maken de stekelige bladeren en stengels van de akkerdistel wellicht heel wat slachtoffers. In 1887 staat nog maar enkele jaren vast dat de ziekte wordt verwekt door een anaerobe bacterie die in de bodem en de darmen van planteneters als paarden leeft. Het verband tussen tetanus, paardenmest en kleine maar relatief diepe wondjes is
dan echter al eeuwenlang bekend. Volgens sommige bronnen is de eerste wet op de distelbestrijding zelfs vooral bedoeld om tetanus te voorkomen*. Vandaag treft de ziekte uitsluitend mensen die niet of onvoldoende zijn gevaccineerd. In landen met een degelijk vaccinatieprogramma en niet al te veel religieuze fanatici en andere leeghoofden is tetanus nu gelukkig een uiterst zeldzame aandoening. Hoe je het ook draait of keert, de verplichte bestrijding van om het even welke distelsoort houdt – pun intended – geen steek. De miljoenen euro's die gemeenten, natuurverenigingen en andere grondbezitters er jaarlijks in investeren, zijn weggegooid geld. Ook een beperking van de verdelgingsplicht tot de akkerdistel, een stikstofminnende pionier van verstoorde bodems die na bijna 130 jaar meedogenloze vervolging nog alomtegenwoordig is, slaat nergens op. Wellicht krijgt de Boerenbond een aanpassing van de wet in die zin makkelijker aan zijn wat prikkelbare achterban verkocht dan de afschaffing ervan. Maar het is en blijft een voorschrift dat ongeveer zo zinvol als een verbod op het verbieden van verboden is. Ik lap de huidige wet hoe
Stacks Image 2932

De sluipvlieg Eriothrix rufomaculata heeft geen legboor. Ze zet haar eitjes af in de buurt van de rupsen van grasmotten en wellicht ook andere microvlinders. De larven dringen de rupsen binnen en vreten ze leeg. Volwassen exemplaren voeden zich met nectar en honingdauw. Over de biologie van deze relatief algemene soort is verder weinig of niets bekend. Het arme beest heeft niet eens een Nederlandse naam.

dan ook al jaren aan mijn laars, een vorm van burgerlijke ongehoorzaamheid die ik iedereen kan aanbevelen. In de boomgaard, een hooilandje dat ik jaarlijks gedeeltelijk maai, laat ik de toch al schaarse akkerdistels groeien en bloeien. Doordat de ooit door schapen bemeste bodem stilaan verarmt en er steeds meer andere wilde planten opduiken, woekeren ze niet. De jongste jaren lijkt het aantal akkerdistels zelfs af te nemen en misschien zal de soort hier uiteindelijk verdwijnen. Dan pink ik een traantje weg en plant ik in een border of de moestuin een tiental artisjokken. Distels met een dikke nek**.

* Johnny Cornelis en Martin Hermy, Natuurtechnisch distelbeheer – Eindrapport, KU Leuven, 2002.

** Vlaamse-uitdrukkingalarm! Een dikke nek of iemand met een dikke nek is een patser met kapsones die vol is van zichzelf en anderen met de nek aankijkt.
Scherptediepte: de knop in mijn kop

Op mijn camera, een eenvoudige digitale spiegelreflex uit de prehistorie, staan veel minder druk- en draaiknoppen dan op de meeste meer recente toestellen. Maar het zijn er toch nog altijd heel wat meer dan me lief is. Aangezien ik behoor tot het uitstervend ras van mensen die the fucking manual lezen, weet ik perfect waarvoor al die knoppen dienen, wanneer ik ze moet gebruiken en waarom ik dat zo zelden doe. Een knop die ik als beginnend fotograaf
Stacks Image 2717

Paddenstoelen zijn een geliefd onderwerp van talloze macrofotografen. Ze lopen niet weg en de wat forser gebouwde soorten zwiepen, anders dan de meeste bloemen, niet al bij het minste zuchtje wind vervelend heen en weer. Ideaal om te experimenteren met scherptediepte. De kadrering én de beperkte scherptediepte maken deze foto van een groepje jonge champignons spannender en naar mijn gevoel ook mooier dan een foto van dezelfde groep waarop alle paddenstoelen scherp zijn. Het gaat hier vermoedelijk om de slanke anijschampignon, maar dat is niet honderd procent zeker.

regelmatig heb gebezigd maar nu haast nooit meer aanraak, is het minuscule drukknopje waarmee je vóór het afdrukken de scherptediepte van een foto kunt controleren. Als je door de zoeker van een spiegelreflex kijkt – of naar het lcd-scherm van een camera met live view, een functie die mijn acht jaar oude EOS 400D helaas ontbeert –, staat het diafragma, de opening waardoor je camera naar de wereld kijkt, helemaal open. De scherptediepte, het gebied vóór en achter het onderwerp waarop je scherp stelt dat óók nog scherp lijkt, is dan minimaal. Hoe kleiner de opening van het diafragma van je camera bij het afdrukken (of hoe hoger de al dan niet automatisch ingestelde ƒ-waarde of ƒ-
stop), hoe groter de scherptediepte van je foto zal zijn. Maar vóór je afdrukt, merk je daar door de zoeker of op het lcd-scherm dus helemaal niets van. Tenzij je dat fameuze controleknopje indrukt en ingedrukt houdt. Het diafragma sluit zich dan tot op de ingestelde f-waarde. Het beeld dat je door de zoeker of op het lcd-scherm ziet wordt donkerder – door een kleinere opening valt immers minder licht – én je krijgt een behoorlijk goed idee van de
scherptediepte van je foto bij de gekozen ƒ-waarde. Door die waarde te wijzigen terwijl je het controleknopje volledig én de sluiterknop half ingedrukt houdt, kun je zelfs de uiteindelijke scherptediepte van je foto bij verschillende waarden beoordelen en op basis daarvan de naar jouw mening meest geschikte diafragmaopening instellen. Handig, niet?

Tussen de oren

In het tijdperk van de analoge fotografie was de scherptediepte-controleknop een handig hulpmiddel om verspilling van dure filmrolletjes en ontwikkelingskosten van minder geslaagde foto's te voorkomen. Ik vermoed dan ook dat vooral amateurfotografen er dankbaar gebruik van maakten. Maar vandaag heeft dat toentertijd zo gewaardeerde knopje veel van zijn glans verloren. Letterlijk voor hetzelfde geld maak je van hetzelfde onderwerp nu immers tientallen foto's met verschillende ƒ-waarden waaruit je vervolgens alleen de meest geslaagde kiest. Ik ben er vrijwel zeker van dat veel amateurfotografen van de plug-and-playgeneratie niet eens weten dat hun semiprofessionele spiegelreflex zo'n knopje heeft, laat staan wat ze ermee moeten aanvangen. Handleidingen lezen is tegenwoordig nu eenmaal
simply not done. Dat ik het fameuze knopje zelf ook nagenoeg nooit meer gebruik, komt doordat ik intussen zo vertrouwd ben met mijn camera en mijn lenzen dat ik de scherptediepte van een foto bij een bepaalde f-waarde vooraf haast feilloos kan inschatten. Het is alsof er een scherptediepte-controleknop in mijn kop zit. Ik zie de foto nog vóór ik hem heb gemaakt. De knop in mijn kop, waarover in de handleiding met geen woord wordt gerept, werkt zelfs beter dan die op mijn
Stacks Image 3007

Elke herfst verschijnen achterin de tuin meerdere sombere knolparasolzwammen. Jonge exemplaren kunnen erg fotogeniek zijn. Door scherp te stellen op de voorste paddenstoel en een kleine ƒ-waarde in te stellen, krijgt de foto van dit duo een extra dimensie. Er zit meer diepte in.

camera. Het beeld dat ik voor ogen heb blijft immers altijd even helder. Het heeft me enkele jaren en duizenden foto's gekost om dit kunststukje onder de knie te krijgen. Ik ben er niet trots op, want het ging vanzelf, zonder dat ik me ervan bewust was. Maar het is wel één van de redenen waarom ik er niet happig op ben om me een meer recente, betere camera met live view en een grotere sensor aan te schaffen. Het zal er ooit van moeten komen, maar ik kijk er niet echt naar uit. De knop in mijn kop zal dan immers een hele tijd niet meer naar behoren functioneren. En die knop is me ontzettend dierbaar.
Later, als ik groot zal zijn

Fotografie mag dan al een kunst zijn, de foto's die ik maak zijn dat zeker niet. Ze staan tot de foto's van professionele natuurfotografen zoals de doeken van een zondagsschilder tot die van de meesters uit de schilderkunst. Zelf beschouw ik de meeste van mijn foto's als niet onverdienstelijke, met enige kennis van zaken vervaardigde plaatjes die soms ook een bescheiden esthetische waarde hebben. Ze tonen het leven in de tuin zoals het is, zonder opsmuk of pretentie. Maar terwijl een zondagsschilder nooit ofte nimmer toevallig een meesterwerk zal produceren, maakt een zondagsfotograaf met wat geluk heel af en toe wel een foto die tot de
Stacks Image 3105

De jonge rups op de voorgrond kijkt als het ware naar een volgroeide versie van zichzelf. Door de beperkte scherptediepte blijft dat beeld behoorlijk vaag. De toekomst is onzeker.

verbeelding spreekt. Een foto die méér is of toch meer lijkt te zijn dan een simpele, al dan niet geslaagde registratie. Er zit iets achter: een visie, een kritiek, een inzicht, een gedachte, een boodschap, een dubbele bodem, een emotie, een idee. Dat maakt er nog geen kunstwerk van – een kwalificatie die heden ten dage hoe dan ook elke min of meer objectieve basis ontbeert –, maar het komt naar mijn mening toch al aardig in de buurt. Begin september 2010 tref ik op het loof van de winterwortels tientallen rupsen van de koninginnenpage aan. Meer dan de voorgaande én de volgende jaren, maar op zich niet zo uitzonderlijk. Wél ongewoon is dat het om rupsen van alle leeftijden gaat, van piepjonge tot vrijwel volgroeide exemplaren. Dat brengt me op het idee voor de foto hiernaast. Het gewenste resultaat staat me haarscherp voor ogen. Toch kost het me minstens een uur en tientallen pogingen om mijn idee gestalte te geven. De rups van de koninginnenpage is een uiterst bevallig model dat gewillig poseert en amper
beweegt, maar helaas niet te regisseren valt. Met twee dergelijke modellen tegelijk werken, is om problemen vragen. Het mag welhaast een wonder heten dat ik er uiteindelijk toch in slaag om een foto te maken die het perfecte plaatje in mijn hoofd zo verbluffend dicht benadert. Kunst? Dat zul je mij nooit horen beweren, maar het blijft wel één van mijn beste foto's. Stel je voor dat de rups op de voorgrond een mensenbaby en die op de achtergrond een opa of oma is. Wedden dat zo'n foto heel wat o's en a's uitlokt? Nog even snel omzetten in zwart-wit, afdrukken op canvas, keurig inlijsten en hij kan zo aan de muur.
Eén keer en dan nooit meer!

"Alle paddenstoelen zijn eetbaar. Of toch minstens één keer." Met de regelmaat van een ontregelde klok duikt die kwinkslag of een variant ervan op in publicaties en op websites die aan zwammen zijn gewijd. De boodschap is duidelijk: met het plukken en eten van wilde paddenstoelen neem je best geen enkel risico. Toch zijn er soorten die je echt probleemloos één keer kunt eten, maar daarna best nooit meer en zeker niet een leven lang. Anders kan dat leven een stuk korter uitvallen dan de statistieken van demografen en verzekeraars laten verhopen. Tot in 1944 wordt Paxillus involutus, alias de gewone krulzoom, algemeen als een perfect eetbare en zelfs delicieuze paddenstoel beschouwd. Omdat sommige mensen de zwam iets minder goed lijken te verteren, raden de meeste kenners wel af om hem rauw te degusteren. Maar gestoofd of gebakken is de gewone krulzoom een lekkernij die in grote delen van Europa geregeld op het menu van fijnproevers en smulpapen staat. Dan krijgt Julius Schäffer,
een befaamde Duitse mycoloog, een uurtje na het verorberen van een overheerlijke portie gebakken P. involutus hevige krampen, diarree en hoge koorts. Twee dagen later wordt hij met ernstige vergiftigingsverschijnselen in het ziekenhuis opgenomen. Tevergeefs, want een halve maand later is de 62-jarige lekkerbek morsdood. Ongetwijfeld heeft P. involutus eerder al meerdere slachtoffers gemaakt, maar pas nu is zonneklaar dat de paddenstoel allesbehalve onschuldig is. Een expert als Julius Schäffer laat zich immers niet door een giftige dubbelganger in de luren leggen. Niettemin
Stacks Image 2875

De gewone krulzoom is niet giftig en zou voortreffelijk smaken. Toch eet je hem best niet meer dan één keer. Elke volgende degustatie is een vorm van Russische roulette waarbij er telkens weer méér kogels in de trommel zitten.

presenteren nagenoeg alle paddenstoelengidsen de soort nog jarenlang als een delicatesse, zij het uitsluitend na langdurig koken of stoven. Pas halverwege de jaren 1980 komt men erachter dat de gewone krulzoom een antigen bevat dat bij elke volgende maaltijd een allergische reactie kan uitlokken. Het immuunsysteem keert zich tegen de lichaamseigen rode bloedcellen, valt ze aan en breekt ze af. Er is geen behandeling bekend die met zekerheid meer goed dan kwaad doet. Een bloedtransfusie kan fataal zijn en er bestaat geen medicatie die de allergische reactie doorbreekt of onderdrukt. Intussen weten we dat P. involutus ook stoffen bevat die de chromosomen kunnen beschadigen en misschien zelfs kankerverwekkend zijn. In elk geval roept het verhaal van de gewone krulzoom vragen op over de eetbaarheid van de wat minder algemene wilde soorten die volgens de huidige paddenstoelengidsen net zo onschadelijk zijn als de champignons, de cantharellen, de oesterzwammen of de shiitakes die je vandaag in elke supermarkt vindt. Ik waag me er niet aan. Zelfs niet één keer en dan nooit meer.
Vuurwantsen op noodrantsoen

26 mei 2009. Als mijn teerbeminde echtgenote die dinsdagochtend nog slaapdronken de gordijnen opent, kan ze haar ogen niet geloven. Het terras en de vijver zijn herschapen in een ondoordringbare wildernis. Droomt ze nog? Is ze ontwaakt in een Amerikaanse B-film uit het eerste decennium van de Koude Oorlog? Heeft een buitenaardse woekerplant de planeet ingepalmd? Vijf minuten later sta ik naast haar, in kamerjas en opperste verbazing, met open mond naar een muur van vuistdikke takken, twijgen en bladeren te staren. Jezus Maria Moeder Gods: er ligt een halve boom in de voortuin! Ik trek mijn salopette en veiligheidsschoenen aan en baan me, gewapend met een zware kettingzaag en dito takkenschaar, een weg door de jungle. De stam van de machtige zomerlinde naast de
Stacks Image 3328

Jong geleerd is oud gedaan. Een volwassen vuurwants en een nimf genieten samen met volle teugen van een sappige vlieg.

woning staat nog keurig recht, maar zijn kruin heeft veel weg van een miserabel postmodern kapsel na een rollercoasterrit. Ook de kruinen van de twee lindebomen in de kippenren zijn zwaar gehavend. Een stevige, zes jaar eerder geplante perenboom is vlak boven de grond afgeknapt. Als een lucifershoutje. "Het was verschrikkelijk", vertelt buurman Rachid. "Ik werd wakker van het lawaai en keek naar buiten. Er vielen hagelstenen zo groot als pingpongballen. Het bliksemde onafgebroken. Net klaarlichte dag. De linde leek als een tol rond zijn as te spinnen. Een kermisattractie.
Angstaanjagend. Hebben jullie echt niets gehoord?" Nee dus. Terwijl een uitzonderlijk zwaar onweer over onze contreien trekt – in het jargon een door een squall line op de hielen gezeten supercell* – slapen wij de slaap der onwetenden. Het onweer richt in het noorden van Frankrijk, een groot deel van Vlaanderen en het zuiden van Nederland behoorlijk wat schade aan en wordt later door de Belgische overheid als natuurramp erkend. Als we die avond naar het journaal kijken, blijkt dat we aan het ergste zijn ontsnapt. Onze woning, het tuinhuis en het kippenhok hebben de storm doorstaan. We zijn een perenboom armer, maar alle andere bomen en struiken hebben het overleefd. De drie oude zomerlinden, met hun kegelvormige kruinen en nagenoeg horizontale takken zonder meer de trots van onze tuin, zijn er helaas zo erg aan toe dat alleen een radicale snoei ze nog kan redden.

Geen manna uit de hemel

In het voorjaar van 2010 worden ze getopt. Zo hoog als vroeger zullen ze daardoor nooit meer worden. De onderste en alle destijds door de storm beschadigde takken worden samen met alle twijgen verwijderd. De rest van de nog kale kruin wordt tot op zowat een meter van de stam teruggesnoeid. Volgens de mannen van de firma die we hiervoor inschakelen is dat de beste manier om de bomen op termijn min of meer in hun oorspronkelijke staat te herstellen. Het ziet er niet uit, maar er zit niets anders op. Door de drastische snoei komen de bomen die zomer
niet in bloei en produceren ze dus ook geen vruchten. Dat is slecht nieuws voor de vuurwantsen in de tuin. De grote, kogelronde lindevruchten zijn voor die snavelinsecten immers wat de capriolen van Paris Hilton voor de tabloids zijn: gefundenes Fressen. Voelen ze op de één of andere manier aan dat er die herfst geen manna uit de hemel zal neerdalen? Feit is dat ze zich vreemd gedragen. In plaats van met honderden samen te hokken op de stammen en onder de kruinen van de linden, verspreiden ze zich langzaam maar zeker over de hele tuin. Ook al kunnen ze niet vliegen, tegen het einde van de zomer van 2010
Stacks Image 3344

Een verboden vrucht smaakt altijd zoeter. Bij gebrek aan lindevruchten schakelen de vuurwantsen in de herfst van 2010 over op een noodrantsoen van andere zaden, kadavers en al dan niet rijpe vruchten. Vooral vijgen vinden ze onweerstaanbaar.

zitten ze echt overal. Bovendien passen ze hun dieet aan. Zo betrap ik ze steeds vaker op het leegzuigen van de kadavers van vliegen, spinnen, sprinkhanen en zelfs soortgenoten. Maar dat de vuurwantsen zich in toenemende mate tot aaseters ontpoppen, is niet de enige noviteit. Terwijl ze de voorgaande jaren vrijwel hun hele leven op de bodem slijten, klimmen ze nu de stengels en takken van de meest uiteenlopende planten op om van de vaak nog onrijpe zaden en vruchten te snoepen. Vijgen vinden ze onweerstaanbaar. De Brown Turkey die tegen één van de houten muren van het tuinhuisje groeit is dat jaar buitengewoon productief. Maar bijna elke vijg die ik pluk vertoont sporen van de vraatzucht van de vuurwantsen. Het noodrantsoen valt duidelijk in de smaak. Amper vier jaar na het fatale onweer van mei 2009 staan de drie zomerlinden er weer in volle glorie bij en produceren ze opnieuw duizenden vruchten. De vuurwantsen vinden het best, maar schakelen voorlopig toch niet massaal weer op hun vertrouwde stapelvoedsel over. Ze hebben de smaak van vijgen, bramen, stokrooszaden en kadavers te pakken. Afkicken gaat zelden van een leien dakje.

* Karim Hamid en Jurgen Buelens, De uitzonderlijke onweerssituatie van 25-26 mei 2009, Meteorologica 3, 2009 (pdf).
Reageer op deze aflevering


Is dit je eerste bezoek aan de Heuvelstraat 37? Neem dan even de tijd om de site te verkennen en teken eventueel ook het Gastenboek. Tot de volgende keer!
(Reacties op de Nederlandse en Engelse versie zijn samengevoegd. Franse of Duitse reacties zijn welkom. Antwoorden doe ik soms in het Engels.)


Geraardsbergen, 8 februari 2015.
Laatst aangepast op 26 februari 2017.